Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

19 juli

Vandaag

3 min. lezen

Dewijl bij hen gans geen verandering is, en zij God niet vrezen.
Psalm 55:20

De ware godsdienst is zeker de zwaarste en toch de meest verborgen zaak waarmee wij in deze wereld te maken hebben gehad of kunnen hebben. En ik zeg u dat hij u zal vertroosten of bedroeven. Hij zal uw gemoed beproeven, uw ziel moeite bezorgen, uw geest neerdrukken en u werkelijk ellendig maken; of anders zal hij voor u de bron zijn van aangename vertroosting en van uw grootste blijdschap. Uit de godsdienst komen onze diepste smart en ons hoogste genoegen voort, de grootste onrust en de zoetste vrede. De ware godsdienst heeft dit bijzondere kenmerk, dat hij in de grootste voorspoed de oorzaak kan zijn van onze grootste droefheid, of in de grootste tegenspoed de oorzaak van de zuiverste vreugde.

Wat zijn rijkdom of gezondheid, rang of titel en iedere vertroosting die de wereld kan geven, voor een gewonde geest? Wat zijn armoede, ziekte, vervolging, verachting, een zolderkamertje of een gevangenis, voor een ziel die zich koestert in de glimlach van eeuwige liefde? De godsdienst laat zich voelen waar hij leeft, en zal getuigenis afleggen door zijn kracht en tegenwoordigheid. Als u dan deel hebt aan de ware godsdienst, wie, waar en wat u ook bent, dan kunt u niet tot de gerusten in Sion behoren. Want er zal altijd iets zijn, in uw eigen hart of van een andere kant, dat u onrustig maakt.

Job was eens op zijn gemak, maar het werd hem niet toegestaan in zijn nest de geest te geven. Daarom zegt hij: „Ik was gerust, maar Hij heeft mij verbroken en bij mijn nek gegrepen; en Hij heeft mij Zich tot een doelwit opgericht.” En toch kon hij, bij deze onverwachte en schijnbaar wrede behandeling, nog zeggen: „Ook nu, zie, in de hemel is mijn Getuige, en mijn Getuige in de hoogte.” Hij was zo zwaar beproefd en benauwd dat hij moest uitroepen: „Mijn gebeente kleeft aan mijn huid en aan mijn vlees, en ik ben ontkomen met de huid mijner tanden. Ontfermt u mijner, ontfermt u mijner, o gij mijn vrienden, want de hand Gods heeft mij aangeraakt.” Toch kon hij, verlangend dat zijn woorden niet verloren zouden gaan, er in geloofsvertrouwen aan toevoegen:

„Och, of nu mijn woorden toch opgeschreven wierden! Och, of zij in een boek wierden opgetekend! Dat zij met een ijzeren griffel en lood voor eeuwig in een rots gehouwen wierden! Want ik weet: mijn Verlosser leeft; en Hij zal de laatste over het stof opstaan. En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen; Dewelke ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot.”

Aan de lezer…

Lezer, maakt uw godsdienst u soms onrustig en ellendig? Is er altijd iets in uw eigen hart, of van een andere kant, dat u verhindert rustig in uw nest te zitten? Vrees dan niet dat het daarom slecht met u staat. Juist zij bij wie gans geen verandering is, vrezen God niet; maar de ware godsdienst laat zich voelen waar hij leeft, in smart en in vreugde.

Zie op Job, die verbroken en bij de nek gegrepen werd, en wiens gebeente aan zijn huid kleefde. Toch kon hij zeggen: „Ook nu, zie, in de hemel is mijn Getuige.” En uit die diepte klonk zijn geloofsvertrouwen: „Ik weet: mijn Verlosser leeft.” Zo kan ook uw onrust de weg zijn waarlangs u de zoetste vrede leert kennen. Wat is alle wereldse vertroosting voor een gewonde geest? En wat is een zolderkamertje of een gevangenis voor een ziel die zich koestert in de glimlach van eeuwige liefde?

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl