Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

19 januari

Vandaag

4 min. lezen

Want de Heere is een Zon en Schild.
Psalm 84:11

De zon is gemaakt om te schijnen. Dat is haar werk. Zo is het ook met de Zon der gerechtigheid: Zij is voortgebracht om te schijnen. En verliest de zon in de natuur iets van haar licht door te schijnen? Wel, hoe meer zij schijnt, hoe meer licht zij lijkt te hebben. Eeuwenlang heeft zij even helder geschenen als nu. Haar stralen waren even heerlijk vóórdat wij geboren werden, en zij zullen dat nog zijn wanneer de ogen die haar nu zien, verduisterd zullen zijn in het stof van de aarde. Duizenden oogsten heeft zij laten rijpen, miljoenen en duizenden miljoenen heeft zij gevoed, maar zij vertoont geen enkel teken van uitputting of vermindering.

En verliest Jezus iets doordat Hij Zijn licht, leven, liefde en genade meedeelt? Hij wordt er des te meer door verheerlijkt. Hoe meer u op Hem ziet als de Zon, en Hij in uw ziel mag schijnen en lichten, hoe meer u Hem zult verheerlijken als de Zon der gerechtigheid. Wanneer wij ’s morgens de luiken openen of de gordijnen opendoen, doen wij dat om de zon in onze donkere kamer te laten schijnen. Maar wanneer wij door Goddelijke genade verwaardigd worden de luiken van vrees en twijfel en de gordijnen van het ongeloof die over onze ziel hangen, weg te doen, des te meer verheerlijken wij de Heere Jezus doordat wij uit Zijn volheid genade voor genade ontvangen.

Ach, het is goed om soms in staat gesteld te worden over onze twijfels, vrezen, wantrouwen en vele andere dingen die onze geest beproeven, heen te zien. U kunt staren op uw zonden en ellende, totdat u bijna in wanhoop wegzinkt; u kunt terugzien op uw afdwalingen, onvastheid en onvruchtbaarheid, totdat u op het punt staat weg te zinken en zonder hoop te sterven. Dat is te vergelijken met iemand die in een donkere kamer rondloopt en over de meubels struikelt, totdat hij ten slotte gaat zitten en zegt: „Er is geen licht.” Als hij maar de luiken kan openen, dan zal de zon in de kamer schijnen. Zo kunnen wij soms zitten piekeren over onze vele onstandvastigheid, totdat wij zeggen: „Er is geen licht in mijn ziel; het is er nooit geweest en het zal er ook nooit zijn.”

O, in staat gesteld te worden (als ik zo spreek, dan weet ik uit ervaring van de ziel dat alleen God dit in ons en voor ons moet doen) om de luiken weg te schuiven en weg te zien van wat onze ziel neerdrukt! Hef uw ogen op, moedeloze ziel, en zie de gezegende Zon nog schijnen aan het firmament van de hemel! Want de kracht om dat te doen, en het doen zelf, gaat gepaard met een kostbare zegen. Hoe goed is het ook om in staat gesteld te worden Christus als Schild te gebruiken! O, hoe vaak gaan wij de strijd in zonder dit Schild aan onze arm.

Maar neem dit als waarheid aan: de Heere voorziet u niet van zo’n Schild tenzij Hij ziet dat de vijanden u te machtig worden. Twijfel, vrees, duisternis, wanhoop, de wet, de beschuldigingen van een schuldig geweten, de vurige pijlen van de duivel – hoe kunt u tegen deze vijanden vechten zonder schild? Zou u als soldaat onbeschermd en ongewapend uw vijand tegemoet gaan, zonder pistool of bajonet in uw hand om u te verdedigen? Zo de strijd aan te gaan tegen de wet, tegen de beschuldigingen van een veroordelend geweten en een wanhopig hart, en dan die dierbare Jezus te missen als schild tegenover deze dodelijke vijanden, dat zou genoeg zijn om een mens in zwarte wanhoop te laten wegzinken.

Maar wanneer iemand verwaardigd mag worden het Schild te gebruiken dat God gegeven heeft, en Christus omhoog te mogen houden tegen een veroordelende wet, een beschuldigend geweten, een tegensprekende duivel en een wanhopige geest, en tegen hen allen te zeggen: „Christus is gestorven, en dat voor mij,” dan vangt hij de pijlen die anders het hart zouden treffen, op met het Schild. Dan vallen zij allemaal neer zonder schade aan te richten, omdat zij allemaal op de Heere Jezus vallen.

Aan de lezer…

Zit u, lezer, in een donkere kamer en zegt u: „Er is geen licht in mijn ziel; het is er nooit geweest en het zal er ook nooit zijn”? U staart op uw zonden, uw onvastheid en uw onvruchtbaarheid, totdat u bijna wegzinkt. Maar daarmee is de zon niet uitgedoofd. Zij schijnt nog, en verliest niets van haar licht door te schijnen. Zo is het ook met Christus, Die de Zon der gerechtigheid is.

Hef dan uw ogen op, moedeloze ziel. U kunt de luiken van vrees en ongeloof niet zelf wegschuiven, maar vraag de Heere of Hij het voor u wil doen. En wanneer de wet, uw geweten en de vurige pijlen van de vijand u bestrijden, ga dan niet zonder schild de strijd in. Houd Hem omhoog en zeg: „Christus is gestorven, en dat voor mij.” Dan vallen die pijlen op Hem neer.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl