19 januari
Want de Heere is een Zon en Schild.
Psalm 84:11
De zon is gemaakt om te schijnen. Het is haar werk dit te doen. Evenzo is het met de Zon der gerechtigheid. Zij is voortgebracht om te schijnen. En verliest de zon der natuur iets van haar licht door te schijnen? Wel, hoe meer zij schijnt, hoe meer licht zij schijnt te hebben. Eeuwenlang heeft zij even helder geschenen als nu. Haar stralen waren even heerlijk vóór wij geboren waren, en zij zullen dit zijn als de ogen die haar nu zien, in het stof der aarde zullen verdonkerd zijn. Duizenden oogsten heeft zij rijp doen worden, miljoenen en duizenden miljoenen heeft zij gevoed, maar zij vertoont geen bewijs van uitputting of vermindering.
En verliest Jezus iets door de mededeling van Zijn licht, leven, liefde en genade? Hij wordt er te meer door verheerlijkt; en hoe meer gij op Hem ziet als de Zon, en Hij mag schijnen en lichten in uw ziel, hoe meer gij Hem verheerlijken zult als de Zon der gerechtigheid. Wanneer wij ’s morgens de luiken openen of de gordijnen ophalen, doen wij dit om de zon in onze donkere kamer te laten schijnen. Maar wanneer wij door Goddelijke genade verwaardigd worden de luiken van vrees en twijfel, en de gordijnen van het ongeloof die over onze ziel hangen, weg te doen, des te meer verheerlijken wij de Heere Jezus door uit Zijn volheid te ontvangen genade voor genade.
Ach, het is goed somtijds in staat gesteld te worden om over onze twijfelingen, vrezen, mistrouwen en vele andere dingen die onze geest beproeven, heen te zien. Gij moogt staren op uw zonden en ellende, totdat gij bijna in wanhoop wegzinkt; gij moogt terugzien op uw afmakingen, onvastheid en onvruchtbaarheid, totdat gij gereed zijt weg te zinken en zonder hoop te sterven. Dit te doen is te vergelijken met iemand die wandelt in een donkere kamer en struikelt over de meubelen, totdat hij ten laatste neerzit en zegt: „Er is geen licht.” Als hij maar de luiken kan opendoen, dan zal de zon in de kamer schijnen. Zo kunnen wij somtijds zitten te peinzen over onze veelvuldige onbestendigheid, totdat wij zeggen: „Er is geen licht in mijn ziel; het is er nooit geweest en het zal er ook nooit zijn.”
O, in staat gesteld te worden (als ik zo spreek, dan weet ik het uit zielservaring, dat alleen God dit in ons en voor ons doen moet) de luiken weg te schuiven en af te zien van wat onze ziel terneder drukt! Hef uw ogen op, o moedeloze ziel, en zie de gezegende Zon nog schijnen aan het firmament des hemels! Wel, haar kracht om dit te doen en het doen zelf gaat vergezeld van een kostelijke zegen. Hoe goed ook is het in staat gesteld te worden om gebruik te maken van Christus als een Schild! O, hoe dikwijls gaan wij de strijd in zonder dit Schild op onze arm.
Maar neem dit voor waarheid aan, dat de Heere u niet voorziet van zulk een Schild, tenzij Hij ziet dat de vijanden u te machtig worden. Twijfel, vrees, donkerheid, wanhoop, de wet, de beschuldigingen van een schuldige consciëntie, de vurige pijlen van de duivel – hoe kunt gij tegen deze vijanden vechten zonder schild? Zoudt gij immers als soldaat onbeschermd en onbewapend uw vijand tegemoet gaan, zodat gij geen pistool of bajonet in uw hand had om u te verdedigen? Zich alzo tot de strijd te begeven tegen de wet, tegen de beschuldigingen van een veroordelende consciëntie en een wanhopig hart, en dan te missen die dierbare Jezus als een schild tegenover deze dodelijke vijanden, dit zou genoeg zijn om een mens in zwarte wanhoop te doen wegzinken.
Maar als men verwaardigd mag worden gebruik te maken van het Schild dat God bezorgd heeft, en Christus op te mogen heffen tegen een veroordelende wet, een beschuldigende consciëntie, een betwistende duivel en een wanhopende geest, en tot die allen te zeggen: „Christus is gestorven, en dat voor mij,” dan vangt men deze pijlen, die anders het hart treffen zouden, op in het Schild. Dan vallen zij alle neder zonder schade aan te richten, omdat zij alle vallen op de Heere Jezus.
Aan de lezer…
Zit u, lezer, in een donkere kamer en zegt u: „Er is geen licht in mijn ziel; het is er nooit geweest en het zal er ook nooit zijn”? U staart op uw zonden, uw onvastheid en uw onvruchtbaarheid, totdat u bijna wegzinkt. Maar daarmee is de zon niet uitgedoofd. Zij schijnt nog, en verliest niets van haar licht door te schijnen. Zo is het ook met Christus, Die de Zon der gerechtigheid is.
Hef dan uw ogen op, moedeloze ziel. U kunt de luiken van vrees en ongeloof niet zelf wegschuiven, maar vraag de Heere of Hij het voor u wil doen. En wanneer de wet, uw geweten en de vurige pijlen van de vijand u bestrijden, ga dan niet zonder schild de strijd in. Houd Hem omhoog en zeg: „Christus is gestorven, en dat voor mij.” Dan vallen die pijlen op Hem neer.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want de Heere is een Zon en Schild.
Psalm 84:11
De zon is gemaakt om te schijnen. Dat is haar werk. Zo is het ook met de Zon der gerechtigheid: Zij is voortgebracht om te schijnen. En verliest de zon in de natuur iets van haar licht door te schijnen? Wel, hoe meer zij schijnt, hoe meer licht zij lijkt te hebben. Eeuwenlang heeft zij even helder geschenen als nu. Haar stralen waren even heerlijk vóórdat wij geboren werden, en zij zullen dat nog zijn wanneer de ogen die haar nu zien, verduisterd zullen zijn in het stof van de aarde. Duizenden oogsten heeft zij laten rijpen, miljoenen en duizenden miljoenen heeft zij gevoed, maar zij vertoont geen enkel teken van uitputting of vermindering.
En verliest Jezus iets doordat Hij Zijn licht, leven, liefde en genade meedeelt? Hij wordt er des te meer door verheerlijkt. Hoe meer u op Hem ziet als de Zon, en Hij in uw ziel mag schijnen en lichten, hoe meer u Hem zult verheerlijken als de Zon der gerechtigheid. Wanneer wij ’s morgens de luiken openen of de gordijnen opendoen, doen wij dat om de zon in onze donkere kamer te laten schijnen. Maar wanneer wij door Goddelijke genade verwaardigd worden de luiken van vrees en twijfel en de gordijnen van het ongeloof die over onze ziel hangen, weg te doen, des te meer verheerlijken wij de Heere Jezus doordat wij uit Zijn volheid genade voor genade ontvangen.
Ach, het is goed om soms in staat gesteld te worden over onze twijfels, vrezen, wantrouwen en vele andere dingen die onze geest beproeven, heen te zien. U kunt staren op uw zonden en ellende, totdat u bijna in wanhoop wegzinkt; u kunt terugzien op uw afdwalingen, onvastheid en onvruchtbaarheid, totdat u op het punt staat weg te zinken en zonder hoop te sterven. Dat is te vergelijken met iemand die in een donkere kamer rondloopt en over de meubels struikelt, totdat hij ten slotte gaat zitten en zegt: „Er is geen licht.” Als hij maar de luiken kan openen, dan zal de zon in de kamer schijnen. Zo kunnen wij soms zitten piekeren over onze vele onstandvastigheid, totdat wij zeggen: „Er is geen licht in mijn ziel; het is er nooit geweest en het zal er ook nooit zijn.”
O, in staat gesteld te worden (als ik zo spreek, dan weet ik uit ervaring van de ziel dat alleen God dit in ons en voor ons moet doen) om de luiken weg te schuiven en weg te zien van wat onze ziel neerdrukt! Hef uw ogen op, moedeloze ziel, en zie de gezegende Zon nog schijnen aan het firmament van de hemel! Want de kracht om dat te doen, en het doen zelf, gaat gepaard met een kostbare zegen. Hoe goed is het ook om in staat gesteld te worden Christus als Schild te gebruiken! O, hoe vaak gaan wij de strijd in zonder dit Schild aan onze arm.
Maar neem dit als waarheid aan: de Heere voorziet u niet van zo’n Schild tenzij Hij ziet dat de vijanden u te machtig worden. Twijfel, vrees, duisternis, wanhoop, de wet, de beschuldigingen van een schuldig geweten, de vurige pijlen van de duivel – hoe kunt u tegen deze vijanden vechten zonder schild? Zou u als soldaat onbeschermd en ongewapend uw vijand tegemoet gaan, zonder pistool of bajonet in uw hand om u te verdedigen? Zo de strijd aan te gaan tegen de wet, tegen de beschuldigingen van een veroordelend geweten en een wanhopig hart, en dan die dierbare Jezus te missen als schild tegenover deze dodelijke vijanden, dat zou genoeg zijn om een mens in zwarte wanhoop te laten wegzinken.
Maar wanneer iemand verwaardigd mag worden het Schild te gebruiken dat God gegeven heeft, en Christus omhoog te mogen houden tegen een veroordelende wet, een beschuldigend geweten, een tegensprekende duivel en een wanhopige geest, en tegen hen allen te zeggen: „Christus is gestorven, en dat voor mij,” dan vangt hij de pijlen die anders het hart zouden treffen, op met het Schild. Dan vallen zij allemaal neer zonder schade aan te richten, omdat zij allemaal op de Heere Jezus vallen.
Aan de lezer…
Zit u, lezer, in een donkere kamer en zegt u: „Er is geen licht in mijn ziel; het is er nooit geweest en het zal er ook nooit zijn”? U staart op uw zonden, uw onvastheid en uw onvruchtbaarheid, totdat u bijna wegzinkt. Maar daarmee is de zon niet uitgedoofd. Zij schijnt nog, en verliest niets van haar licht door te schijnen. Zo is het ook met Christus, Die de Zon der gerechtigheid is.
Hef dan uw ogen op, moedeloze ziel. U kunt de luiken van vrees en ongeloof niet zelf wegschuiven, maar vraag de Heere of Hij het voor u wil doen. En wanneer de wet, uw geweten en de vurige pijlen van de vijand u bestrijden, ga dan niet zonder schild de strijd in. Houd Hem omhoog en zeg: „Christus is gestorven, en dat voor mij.” Dan vallen die pijlen op Hem neer.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For the LORD God is a sun and shield.
Psalm 84:11
Is not the sun made to shine? It is his nature to do so. So it is with the SUN of righteousness; He is made to shine. And does the natural sun lose any of his light by shining? Why, the more he shines, the more light he seems to have. For ages he has shone as brightly as now. His beams were as glorious before we had birth or being, and will be as glorious when the eyes which now see him are mouldering in the dust. Thousands of harvests has he ripened, millions and thousands of millions has he fed; but he shows no sign of exhaustion or decay.
And does Jesus lose anything by communicating His light, life, love, and grace? He is all the more glorified thereby; and the more you look to Him as the Sun, that as such He might shine into and upon your soul, the more you glorify Him as the Sun of righteousness. When in the morning we throw the shutters back, or draw up the blinds, it is to receive the sun into the dark room. So the more we are enabled by divine grace to throw back the shutters of doubt and fear, and draw up the blinds of unbelief which hang down over the mind, the more we glorify the Lord Jesus by receiving out of His fullness, and grace for grace.
Oh! it is good to be sometimes enabled to look beyond and above doubts, fears, misgivings, and the many things that try the mind. You may pore over your sins and miseries until you fall well-nigh into despair; you may look back upon your wanderings, inconsistencies, and lack of fruitfulness, until you are almost ready to sink down without hope and die. To do this is to resemble a person wandering in a dark room, tumbling over the furniture, and at last sitting down and saying, “There is no light.” If he can but throw back the shutters, the sun will shine into the room.
So we sometimes may sit pondering over our many inconsistencies until we say, “There is no light in my soul; there never was, and there never will be.” O to be enabled (when I speak thus, I know well, from soul experience, that it is only God Who can do it in us and for us) to throw back the shutters, and look away from those things that so weigh down the mind! Look up, O sinking soul, and see the blessed Sun still shining in the skies of heaven! Why, the very power to do this, the very act of doing so, brings with it a felt blessedness.
How good, also, to be enabled to make use of Christ as a SHIELD! Oh, how often we go to battle without this shield upon our arm! But depend upon it, the Lord would not have provided such a shield for you unless He knew that your enemies were too many for you. Doubt, fear, darkness, despair, the law, the accusations of a guilty conscience, the fiery darts of the devil—how can you fight against these enemies without a shield? Why, you would be like a soldier going out against the foe without either sword or musket, and laying his bosom bare to every weapon, without sword or bayonet in his hand to defend himself.
So, to go into combat against the law; the accusations of a guilty conscience, and a desponding heart, and have no blessed Jesus to hold up as a shield against these deadly foes, would be enough to sink a man into despair. But if he is enabled to make use of the shield that God has provided, and to hold Christ up against a condemning law, a guilty conscience, an accusing devil, and a desponding mind, and say to them all, “Christ has died, and died for me,” then he receives into the shield those darts which would otherwise sink into his soul, and then they all fall harmless, because they all fell on the Lord Jesus.
To the reader…
Are you sitting, dear reader, in a dark room, saying, “There is no light in my soul; there never was, and there never will be”? You stare at your sins, your inconsistency and your unfruitfulness until you almost sink away. But that does not mean the sun has gone out. It still shines, and loses none of its light by shining. So it is also with Christ, Who is the Sun of righteousness.
Lift up your eyes, then, despondent soul. You cannot throw back the shutters of fear and unbelief yourself, but ask the Lord to do it for you. And when the law, your conscience and the fiery darts of the enemy assail you, do not go into battle without a shield. Hold Him up and say, “Christ has died, and died for me.” Then those darts will fall upon Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque sol y escudo es Jehová Dios.
Salmo 84:11
¿No está hecho el sol para brillar? Es su naturaleza hacerlo. Así es con el SOL de justicia; Él está hecho para brillar. ¿Y pierde el sol natural algo de su luz al brillar? Al contrario, cuanto más brilla, más luz parece tener. Durante siglos ha brillado con tanto resplandor como ahora. Sus rayos eran tan gloriosos antes de que naciéramos o existiéramos, y serán tan gloriosos cuando los ojos que ahora lo ven se estén deshaciendo en el polvo. Miles de cosechas ha madurado, a millones y a miles de millones ha alimentado; pero no muestra señal alguna de agotamiento ni de decadencia.
¿Y pierde Jesús algo al comunicar Su luz, Su vida, Su amor y Su gracia? Al contrario, por ello es tanto más glorificado; y cuanto más mire usted a Él como el Sol, para que como tal brille en su alma y sobre ella, tanto más le glorifica como el Sol de justicia. Cuando por la mañana abrimos los postigos o subimos las persianas, es para recibir el sol en la habitación oscura. Así, cuanto más se nos capacita por la gracia divina para abrir los postigos de la duda y el temor, y subir las persianas de la incredulidad que cuelgan sobre la mente, tanto más glorificamos al Señor Jesús recibiendo de Su plenitud, y gracia por gracia.
¡Oh, es bueno que a veces se nos conceda mirar más allá y por encima de las dudas, los temores, los recelos y las muchas cosas que prueban la mente! Usted puede cavilar sobre sus pecados y miserias hasta caer casi en la desesperación; puede mirar atrás a sus extravíos, inconsecuencias y falta de fruto hasta estar casi a punto de hundirse sin esperanza y morir. Hacer esto es parecerse a una persona que anda a tientas en una habitación oscura, tropezando con los muebles, y que al fin se sienta y dice: “No hay luz.” Si tan solo pudiera abrir los postigos, el sol entraría brillando en la habitación.
Así a veces podemos estar sentados cavilando sobre nuestras muchas inconsecuencias hasta decir: “No hay luz en mi alma; nunca la hubo, y nunca la habrá.” ¡Oh, ser capacitado (cuando hablo así, sé bien, por experiencia del alma, que solo Dios puede hacerlo en nosotros y por nosotros) para abrir los postigos y apartar la mirada de esas cosas que tanto abaten la mente! ¡Levanta la vista, oh alma que te hundes, y mira el bendito Sol que todavía brilla en los cielos! El mismo poder de hacerlo, el mismo acto de hacerlo, trae consigo una bienaventuranza sentida.
¡Qué bueno es también ser capacitado para usar a Cristo como un ESCUDO! ¡Oh, cuántas veces vamos a la batalla sin este escudo en el brazo! Pero tenga por cierto que el Señor no le habría provisto de tal escudo si no supiera que sus enemigos son demasiados para usted. La duda, el temor, las tinieblas, la desesperación, la ley, las acusaciones de una conciencia culpable, los dardos de fuego del diablo: ¿cómo puede usted luchar contra estos enemigos sin un escudo? Sería como un soldado que sale contra el enemigo sin espada ni mosquete, y que expone su pecho desnudo a toda arma, sin espada ni bayoneta en la mano para defenderse.
Así, entrar en combate contra la ley, las acusaciones de una conciencia culpable y un corazón abatido, sin tener al bendito Jesús para alzarlo como escudo contra estos enemigos mortales, bastaría para hundir a un hombre en la desesperación. Pero si se le concede usar el escudo que Dios ha provisto, y alzar a Cristo contra una ley que condena, una conciencia culpable, un diablo que acusa y una mente abatida, y decirles a todos: “Cristo ha muerto, y ha muerto por mí”, entonces recibe en el escudo esos dardos que de otro modo se clavarían en su alma, y todos caen sin hacer daño, porque todos cayeron sobre el Señor Jesús.
Al lector…
¿Está usted sentado, querido lector, en una habitación oscura, diciendo: “No hay luz en mi alma; nunca la hubo, y nunca la habrá”? Mira fijamente sus pecados, su inconsecuencia y su falta de fruto hasta casi hundirse. Pero eso no significa que el sol se haya apagado. Sigue brillando, y no pierde nada de su luz al brillar. Así es también con Cristo, que es el Sol de justicia.
Levante, pues, los ojos, alma abatida. Usted no puede abrir por sí mismo los postigos del temor y la incredulidad, pero pida al Señor que lo haga por usted. Y cuando la ley, su conciencia y los dardos de fuego del enemigo le asalten, no vaya a la batalla sin escudo. Álcele a Él y diga: “Cristo ha muerto, y ha muerto por mí.” Entonces esos dardos caerán sobre Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl