Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

Want de Zoon des Mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.
Lukas 19:10

De Zoon des mensen is gekomen. Wat een gezegend komen! De Heere Jezus lijkt die heerlijke titel „Zoon des mensen” te hebben aangenomen uit de tederste neerbuigende zorg voor wat wij nodig hebben. Hij was de Zoon van God, en wel in alle heerlijkheid; maar het behaagt Hem Zich de Zoon des mensen te noemen. Wij hebben Iemand nodig Die aan ons gelijk is, Die dezelfde natuur heeft en in Zijn borst hetzelfde menselijke hart draagt. Wij hebben Iemand nodig Die in alles verzocht is geweest zoals wij, maar zonder zonde, en Die daarom in staat is medelijden te hebben met hen die verzocht worden en hen te helpen.

Een zondaar, een mens die zich bewust is van zijn verdorvenheid en schuld, kan niet tot God naderen in Zijn innerlijke, werkelijke majesteit en heiligheid. Gezien als het grote en heerlijke Wezen Dat de eeuwigheid vervult, is Jehovah voor hem te groot, te verheven heilig en te ontzagwekkend volmaakt om tot Hem te naderen. Daarvoor moet hij een Middelaar hebben, en wel een Middelaar Die dat volkomen is: een God-mens, „Immanuël”, God met ons. De diepte van deze verborgenheid kan de eeuwigheid zelf niet omvatten. Maar de barmhartigheid van God, Die zo’n Middelaar aanwees, en de wonderbare neerbuigende liefde van de Zoon om de „Zoon des mensen” te worden, zijn zaken van het geloof, niet van het verstand; zij moeten geloofd worden, niet begrepen.

Wanneer zij zo worden aangenomen, wordt de mensheid van de Zoon van God een toegangsweg tot de Vader. Wij kunnen tot de Zoon des mensen spreken, tot Hem naderen en ons hart voor Hem uitstorten. Zijn tedere borst, Zijn medelijdend hart, lijkt de verlangens en gevoelens van ons hart naar Zich toe te trekken. God durven wij niet te naderen in Zijn wrekende majesteit; Hij is een „verterend vuur”, en de ziel beeft voor Hem. Maar wanneer Jezus Zich in het Evangelie laat zien als „de Middelaar tussen God en de mensen”, en als „een Scheidsman”, waarover Job spreekt, „om Zijn hand op ons beiden te leggen” (Job 9:33), hoe lijkt dat dan door te dringen tot in de diepte van het menselijk hart! Hoe opent dat een weg voor de arme, schuldige, onreine, veroordeelde en verloren zondaar om te naderen tot die grote God met Wie hij te doen heeft!

Ps. 29:6

Aan de lezer…

Durft u niet tot God te naderen, omdat u uw verdorvenheid en schuld kent en weet dat Hij een verterend vuur is? Beeft uw ziel bij de gedachte aan Zijn heiligheid? Dat is niet zonder reden: Hij is te groot en te heilig voor een zondaar om zó tot Hem te komen. Maar de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was, en Hij heeft het niet beneden Zich geacht Zich zo te noemen.

Tot Hem kunt u spreken. Hij draagt hetzelfde menselijke hart, Hij is in alles verzocht geweest, en Hij heeft medelijden met hen die verzocht worden. Stort uw hart dan voor Hem uit, zoals u bent: schuldig, onrein en verloren. Hij is de Scheidsman Die Zijn hand op beiden legt, en door Hem is er een weg geopend tot die grote God met Wie u te doen hebt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl