18 juli
En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen, gelijk het behoort; maar de Geest Zelf bidt in ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
Romeinen 8:26
„Wij weten niet wat wij bidden zullen, gelijk het behoort.” Hoe dikwijls bevinden wij dat dit met ons het geval is! De donkerheid verdekt onze geest, onkunde strekt zich over onze ziel uit, ongeloof kwelt onze geest, schuld verontrust onze consciëntie, een menigte van boze denkbeelden, dwaze, ja erger dan dwaze omzwervingen, verstrooien onze gedachten. De satan schiet zijn vurige pijlen op ons af en de genadestoel is als met een dikke wolk overdekt. Het ongeloof fluistert zijn lage bedenkingen in, totdat in het midden van al dit raaskallend gepeupel zulk een verwarring en dienstbaarheid ontstaat, dat de woorden slechts als een ijdel verhaal en het gebed tot de God des hemels als enkel bedrog voorkomen.
Hoe dierbaar is het dan, als in dit toneel van verwarring en verstrooiing, wanneer alles schijnt schipbreuk te lijden, de gezegende Geest inkomt om verlossing te brengen aan de verbijsterde heilige en hem onderricht hoe te bidden en waarom te bidden. Er wordt dan ook van Hem gezegd dat Hij onze zwakheden mede te hulp komt; want deze boosheden, waarvan wij gesproken hebben, zijn geen opzettelijke, tevoren overlegde zonden, maar ellendige zwakheden van het vlees.
Hij helpt dan onze zwakheden door de kracht en de invloed van het ongeloof te onderwerpen, door een stille kalmte in de geest te verwekken; door de satan met zijn vurige pijlen op de vlucht te drijven; door de ziel te vervullen met een eerbiedige vrees voor en besef van de majesteit en de tegenwoordigheid Gods; door de Heere Jezus voor ogen te stellen als de Middelaar aan de rechterhand des Vaders; door het geloof op te wekken om te zien op Zijn Persoon en werk, op Zijn bloed en gerechtigheid; en boven alles door Hem te zien tussentreden voor ons en in ons met onuitsprekelijke zuchtingen. Wanneer de ziel zo verwaardigd wordt te bidden, dan zijn haar smekingen een geestelijke offerande, en haar geroep klimt op in de oren van de Heere Zebaoth. „Want Hij, Die de harten onderzoekt, weet welke de mening des Geestes zij, omdat Hij overeenkomstig de wil van God voor de heiligen bidt” (Rom. 8:27; Jac. 5:4; 1 Petr. 2:5).
Aan de lezer…
Lezer, zit u soms voor de genadestoel en weet u niet wat u bidden zult? Verdekt de donkerheid uw geest, kwelt het ongeloof u en zijn uw gedachten verstrooid, zodat het gebed u als enkel bedrog voorkomt? Wanhoop dan niet aan uzelf, alsof u nooit een kind van God zou kunnen zijn. Deze dingen zijn ellendige zwakheden van het vlees, en het is juist bij die zwakheden dat de Geest mede te hulp komt.
Wanneer alles schijnt schipbreuk te lijden, kan Hij inkomen en een stille kalmte in de geest verwekken. Hij drijft de vurige pijlen op de vlucht, stelt de Heere Jezus voor uw ogen als de Middelaar aan de rechterhand des Vaders en doet u zien op Zijn bloed en gerechtigheid. Dan wordt uw zucht een geestelijke offerande, en uw geroep klimt op in de oren van de Heere Zebaoth. Wacht dan op Hem; Hij bidt met onuitsprekelijke zuchtingen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen, gelijk het behoort; maar de Geest Zelf bidt in ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
Romeinen 8:26
„Wij weten niet wat wij bidden zullen, gelijk het behoort.” Hoe vaak ervaren wij dat dit bij ons zo is! Duisternis bedekt onze geest, onwetendheid spreidt zich over onze ziel uit, ongeloof kwelt onze geest en schuld verontrust ons geweten. Een menigte boze voorstellingen en dwaze, ja erger dan dwaze, omzwervingen verstrooien onze gedachten. Satan schiet zijn vurige pijlen op ons af, en de genadetroon is als met een dikke wolk bedekt. Het ongeloof fluistert zijn lage bedenkingen in, totdat er midden in dit hele razende gepeupel zo’n verwarring en dienstbaarheid ontstaat, dat de woorden alleen nog als een ijdel verhaal lijken en het gebed tot de God van de hemel als louter bedrog.
Hoe dierbaar is het dan wanneer, in dit tafereel van verwarring en verstrooiing, waarin alles schipbreuk lijkt te lijden, de gezegende Geest binnenkomt om verlossing te brengen aan de verbijsterde heilige en hem te onderwijzen hoe hij moet bidden en waarom hij moet bidden. Daarom wordt er van Hem ook gezegd dat Hij onze zwakheden mede te hulp komt. Want deze boosheden waarover wij gesproken hebben, zijn geen opzettelijke, vooraf overwogen zonden, maar ellendige zwakheden van het vlees.
Hij helpt dan onze zwakheden door de kracht en de invloed van het ongeloof te onderwerpen en door een stille kalmte in de geest te wekken. Hij doet het door satan met zijn vurige pijlen op de vlucht te jagen, door de ziel te vervullen met een eerbiedige vrees voor en een besef van de majesteit en de tegenwoordigheid van God, en door de Heere Jezus voor ogen te stellen als de Middelaar aan de rechterhand van de Vader. Hij doet het door het geloof op te wekken om te zien op Zijn Persoon en werk, op Zijn bloed en gerechtigheid; en boven alles doordat wij Hem zien tussenbeide treden voor ons en in ons met onuitsprekelijke zuchtingen. Wanneer de ziel zo verwaardigd wordt te bidden, dan zijn haar smekingen een geestelijke offerande, en haar geroep stijgt op in de oren van de Heere Zebaoth. „Want Hij, Die de harten onderzoekt, weet welke de mening des Geestes zij, omdat Hij overeenkomstig de wil van God voor de heiligen bidt” (Rom. 8:27; Jac. 5:4; 1 Petr. 2:5).
Aan de lezer…
Lezer, zit u soms voor de genadetroon en weet u niet wat u moet bidden? Bedekt de duisternis uw geest, kwelt het ongeloof u en zijn uw gedachten verstrooid, zodat het gebed u als louter bedrog voorkomt? Wanhoop dan niet aan uzelf, alsof u nooit een kind van God zou kunnen zijn. Deze dingen zijn ellendige zwakheden van het vlees, en juist bij die zwakheden komt de Geest mede te hulp.
Wanneer alles schipbreuk lijkt te lijden, kan Hij binnenkomen en een stille kalmte in de geest wekken. Hij jaagt de vurige pijlen op de vlucht, stelt de Heere Jezus u voor ogen als de Middelaar aan de rechterhand van de Vader en laat u zien op Zijn bloed en gerechtigheid. Dan wordt uw zucht een geestelijke offerande, en uw geroep stijgt op in de oren van de Heere Zebaoth. Wacht dan op Hem; Hij bidt met onuitsprekelijke zuchtingen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Likewise the Spirit also helpeth our infirmities: for we know not what we should pray for as we ought: but the Spirit itself maketh intercession for us with groanings which cannot be uttered.”
Romans 8:26
“We know not what we should pray for as we ought.” How often do we find and feel this to be our case. Darkness covers our mind; ignorance pervades our soul; unbelief vexes our spirit; guilt troubles our conscience; a crowd of evil imaginations, or foolish or worse than foolish wanderings distract our thoughts; Satan hurls in thick and fast his fiery darts; a dense cloud is spread over the mercy-seat; infidelity whispers its vile suggestions, until, amid all this rabble throng, such confusion and bondage prevail that words seem idle breath, and prayer to the God of heaven but empty mockery.
In this scene of confusion and distraction, when all seems going to the wreck, how kind, how gracious is it in the blessed Spirit to come, as it were, to the rescue of the poor bewildered saint, and to teach him how to pray and what to pray for. He is therefore said “to help our infirmities,” for these evils of which we have been speaking are not willful, deliberate sins, but wretched infirmities of the flesh.
He helps, then, our infirmities by subduing the power and prevalence of unbelief; by commanding in the mind a solemn calm; by rebuking and chasing away Satan and his fiery darts; by awing the soul with a reverential sense of the power and presence of God; by presenting Jesus before our eyes as the Mediator at the right hand of the Father; by raising up and drawing forth faith upon His Person and work, blood and righteousness; and, above all, by Himself interceding for us and in us “with groanings which cannot be uttered.” When the soul is favored thus to pray, its petitions are a spiritual sacrifice, and its cries enter the ears of the Lord Almighty, for “He that searches the hearts knows what is the mind of the Spirit, because He makes intercession for the saints according to the will of God” (Rom. 8:27; James 5:4; 1 Peter 2:5).
To the reader…
Reader, do you sometimes sit before the throne of grace and not know what to pray? Does darkness cover your mind, does unbelief vex you, and are your thoughts so scattered that prayer seems to you nothing but empty mockery? Then do not despair of yourself, as if you could never be a child of God. These things are wretched infirmities of the flesh, and it is precisely with these infirmities that the Spirit comes to help.
When everything seems to be going to the wreck, He can come in and command a quiet calm in the mind. He chases away the fiery darts, sets the Lord Jesus before your eyes as the Mediator at the right hand of the Father, and enables you to look to His blood and righteousness. Then your sigh becomes a spiritual sacrifice, and your cry enters the ears of the Lord of Sabaoth. Wait, then, upon Him; He intercedes with groanings which cannot be uttered.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Y asimismo también el Espíritu ayuda nuestra flaqueza: porque qué hemos de pedir como conviene, no lo sabemos; sino que el mismo Espíritu pide por nosotros con gemidos indecibles.”
Romanos 8:26
“Qué hemos de pedir como conviene, no lo sabemos.” ¡Cuántas veces hallamos y sentimos que este es nuestro caso! Las tinieblas cubren nuestra mente; la ignorancia invade nuestra alma; la incredulidad atormenta nuestro espíritu; la culpa turba nuestra conciencia; una multitud de malas imaginaciones, o divagaciones necias o peores que necias, distraen nuestros pensamientos; Satanás arroja densos y rápidos sus dardos de fuego; una nube espesa se extiende sobre el propiciatorio; la infidelidad susurra sus viles sugestiones, hasta que, en medio de toda esta turba tumultuosa, prevalecen tal confusión y tal servidumbre que las palabras parecen aliento vano, y la oración al Dios del cielo no más que una burla vacía.
En esta escena de confusión y distracción, cuando todo parece ir al naufragio, ¡qué bondadoso, qué lleno de gracia es el bendito Espíritu al venir, por así decirlo, al rescate del pobre santo desconcertado, y enseñarle cómo orar y qué pedir! Por eso se dice que “ayuda nuestra flaqueza”, pues estos males de que hemos hablado no son pecados voluntarios y deliberados, sino miserables flaquezas de la carne.
Él ayuda, pues, nuestras flaquezas sometiendo el poder y el predominio de la incredulidad; imponiendo en la mente una calma solemne; reprendiendo y ahuyentando a Satanás y sus dardos de fuego; sobrecogiendo el alma con un sentido reverente del poder y la presencia de Dios; presentando a Jesús ante nuestros ojos como el Mediador a la diestra del Padre; levantando y haciendo brotar la fe en Su Persona y obra, Su sangre y Su justicia; y, sobre todo, intercediendo Él mismo por nosotros y en nosotros “con gemidos indecibles”. Cuando al alma se le concede orar así, sus peticiones son un sacrificio espiritual, y sus clamores entran en los oídos del Señor Todopoderoso, porque “el que escudriña los corazones, sabe cuál es el intento del Espíritu, porque conforme á la voluntad de Dios, demanda por los santos” (Rom. 8:27; Sant. 5:4; 1 Pedro 2:5).
Al lector…
Lector, ¿se sienta usted a veces ante el trono de la gracia sin saber qué pedir? ¿Cubren las tinieblas su mente, le atormenta la incredulidad, y están sus pensamientos tan dispersos que la oración le parece no más que una burla vacía? Entonces no desespere de sí mismo, como si nunca pudiera ser hijo de Dios. Estas cosas son miserables flaquezas de la carne, y es precisamente con estas flaquezas que el Espíritu viene a ayudar.
Cuando todo parece ir al naufragio, Él puede entrar e imponer una calma serena en la mente. Ahuyenta los dardos de fuego, pone al Señor Jesús ante sus ojos como el Mediador a la diestra del Padre, y le capacita para mirar a Su sangre y Su justicia. Entonces su suspiro se vuelve un sacrificio espiritual, y su clamor entra en los oídos del Señor de los ejércitos. Espere, pues, en Él; Él intercede con gemidos indecibles.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl