Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

17 juli

Vandaag

3 min. lezen

Alle gebed, alle smeking, die van enig mens of van al Uw volk Israël geschieden zal; als zij erkennen een ieder zijn plaag en zijn smart, en een ieder zijn handen in dit huis uitbreiden zal.
2 Kronieken 6:29

Salomo komt bij de bevinding; hij legt zijn hand op de juiste plek. Dat wil zeggen: het gaat erom zijn eigen plaag en zijn eigen smart te kennen. Men kan wel eens de smart van een ander kennen, maar dat kan ons niet tot voordeel zijn. Men kan over bevinding lezen in boeken, graag bevindelijke leraars horen, zelfs zo dat men geen anderen wil horen, en toch zijn eigen plaag en eigen smart niet kennen. Net als een dokter, die misschien de verschijnselen van elke ziekte kent, en toch zelf niet ziek is.

Zo kan men de verschijnselen van alle ziekten horen beschrijven, en toch door geen enige worden aangetast. Maar de mens voor wie Salomo bidt, is iemand die op een smartelijke manier zijn eigen plaag en gebrek kent, wiens hart erdoor geraakt is en wiens zonden hem zwaar wegen. Hoe smartelijk kan deze plaag zijn! Nacht en dag drukt zij hem. Hij is vol zweren en etterbuilen, en wat vreest hij dat het onderzoek niet al te best zal uitvallen.

De meeste kinderen van God hebben een wond. Ieder van hen heeft een gevoelige plek, iets wat misschien alleen God en zij kennen, en dat de oorzaak is van hun grootste smart. Het kan zijn dat zij een misstap begaan hebben die niet openbaar is; dat zij een zonde bedreven, een woord gesproken of een kwaad gedaan hebben. Zij zijn gevangen, verstrikt en terneergeslagen. Dat is hun grootste smart, en dat zijn hun wonden, die zij op sommige ogenblikken voor Gods aangezicht diep betreuren.

Voor zulke mensen bidt Salomo hier. Hij werpt het net uit aan de rechterzijde van het schip en zegt: „Hoor Gij dan uit de hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van de kinderen der mensen.” Ja, alleen God kent het hart. Hij kent het volkomen; Hij ziet tot op de bodem van het hart.

Aan de lezer…

Hoe vaak draagt u een wond die misschien alleen God en u kennen: een misstap die niet openbaar is, een woord dat u niet meer kunt terugnemen, een zonde die u nacht en dag drukt! Het is iets anders om over bevinding te lezen of te horen, dan zelf zijn eigen plaag en zijn eigen smart te kennen. Maar wie zijn plaag zo kent, is juist de mens voor wie Salomo bad.

Breid dan uw handen uit en verberg uw smart niet voor Gods aangezicht. Misschien vreest u dat het onderzoek niet al te best zal uitvallen; maar Hij kent uw hart al volkomen, tot op de bodem toe. Er is niets in u wat Hem verrast. En Hij Die het hart kent, is ook Degene Die hoort uit de hemel, de vaste plaats van Zijn woning, en vergeeft. Breng uw wond bij Hem, want bij Hem is zij in goede handen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl