Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

16 augustus

Vandaag

3 min. lezen

En gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrij maken.
Johannes 8:32

De waarheden van het Evangelie schijnen voor een verlicht oog als een lichtstraal door het hele Woord, maar toch liggen zij grotendeels als in verborgen aderen opgeslagen. „Gewisselijk, er is voor het zilver een uitgang, en een plaats voor het goud, dat zij smelten. Uit de aarde komt het brood voort, en onder zich wordt zij veranderd, alsof zij vuur ware. Haar stenen zijn de plaats van de saffier, en zij heeft stofjes van goud” (Job 28:5, 6). Maar waar is de plaats van de saffier? En waar zijn de stofjes van goud? Op het pad dat geen roofvogel, geen onkuise belijder kent, en dat het oog van de kraai niet heeft gezien, hoe scherp het ook uitziet naar het dode aas van de wereld.

Maar voor een geestelijk gezind hart is het een zoete taak, die zichzelf beloont – als het al een taak genoemd kan worden – om het Woord te doorzoeken als naar verborgen schatten. Er is geen zoeter en geen beter bezigheid voor hart en hand dan te proberen in te gaan in deze hemelse verborgenheden, die in de Schriften zijn opgeslagen. Dat gebeurt in de geest van gebed en overdenking, in de geest van afzondering van de wereld, van een heilige vrees en van een verlangen om de wil van God te kennen en te doen, in de geest van nederigheid, eenvoud en Goddelijke oprechtheid. En dat niet om het hoofd met kennis te verrijken, maar om de ziel te vullen met het brood des levens.

De waarheid ontvangen in haar kracht en liefde onderwijst en bevestigt het oordeel, vernedert het hart en doet het smelten, verwarmt de genegenheden en trekt ze omhoog. Zij maakt en houdt het geweten levend en teder; zij is voedsel voor het geloof, de kracht van de hoop en de hoofdader van de liefde. De waarheid kennen is een waar discipel zijn en daardoor vrijgemaakt zijn. Vrij van dwaling en van de vuile ketterij, waarvan het overal wemelt; vrij van onbeschaamdheid en eigengerechtigheid. Vrij van de vloek en de dienstbaarheid van de wet en van de veroordeling van een schuldig geweten. Vrij van slaafse vrees, van het oordeel van mensen en van de verachting en hoon van de wereld en van wereldse belijders.

Vrij van het volgen van de menigte in het kwaaddoen; vrij van de omgang met hen die de naam hebben dat zij leven, maar dood zijn. Maar ook vrij om de Heere en Zijn volk lief te hebben; vrij om goed te spreken van Zijn Naam; vrij om Hem te verheerlijken met lichaam en ziel, die van Hem zijn. Vrij in het naderen tot een troon van genade en tot een met bloed besprengde genadetroon; vrij tot elk goed woord en werk. Vrij om te doen al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt.

Aan de lezer…

Bent u gebonden, en weet u het? Gebonden door de veroordeling van een schuldig geweten, door slaafse vrees, door het oordeel van mensen, of door een hart dat telkens weer met de menigte meegaat? Dan spreekt de Heere hier een woord dat goud waard is: „De waarheid zal u vrij maken.” Niet de waarheid alleen in het hoofd, maar de waarheid ontvangen in haar kracht en liefde, die het hart vernedert en doet smelten.

Zoek haar dan, zoals men naar verborgen schatten zoekt, in de geest van gebed en met een verlangen om Gods wil te kennen. De weg erheen is verborgen voor het oog dat alleen naar het aas van de wereld uitziet, maar niet voor de arme die om het brood des levens roept. Laat het u niet ontmoedigen dat de aderen diep liggen. Wie door die waarheid vrijgemaakt wordt, mag vrij naderen tot de troon van genade en de met bloed besprengde genadetroon, en daar vindt hij alles wat zijn ziel nodig heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl