16 september
Want Hij is onze vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en de middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende.
Efeze 2:14
„Hij is onze vrede.” Dit is een noodzakelijk gevolg van met God verzoend en nabij het bloed van Christus gebracht te zijn. De zonde heeft ons niet alleen vijanden van God gemaakt, maar God ook tot onze vijand. Welke vrede kan er dan zijn tussen ons, terwijl wij dus wederkerig vijanden zijn? Vrede is er tussen vrienden, niet tussen vijanden. Daar er gedurende die staat van vijandschap geen werkelijke vrede is, kan er ook geen vrede gevoeld of genoten worden.
Maar het wegnemen van de oorzaak van de oorlog brengt de vrede voort: eerst werkelijk, daarna bij ervaring. Christus heeft vrede gemaakt door het bloed des kruises (Kol. 1:20). Er is nu geen vijandschap meer van Gods zijde, want het was een vijandschap door de Wet. God beminde altijd Zijn volk in Christus; en daar Hij onveranderd en onveranderlijk is, kan Hij hen nooit haten, en haatte Hij hen nooit. Maar zoals een rechter een vijand is van een misdadiger, al was die misdadiger zijn eigen zoon, zo was God, als Rechter en Wetgever, een vijand van Zijn eigen uitverkorenen, beschouwd als wetsovertreders.
Maar toen de Wet vervuld was en al de overtredingen dier Wet waren geboet door de gehoorzaamheid en de dood van Zijn lieve Zoon, werd die vijandschap der Wet weggenomen en de toorn Gods tegen de zonde en de zondaar bevredigd. Daar de zonde dan tenietgedaan is, is ook de gehele oorzaak van de vijandschap der Wet weggenomen. En wanneer wij geloven in de Zoon van God en de verzoening door Zijn bloed ontvangen, dan is er geen vijandschap van onze zijde; want de goedheid, de barmhartigheid en de liefde Gods doen het hart smelten tot zachte nederigheid, genegenheid en liefde tot en voor Hem.
Ik ben een vriend, ik ben een metgezel
van allen, die uw naam ootmoedig vrezen
en leven naar uw goddelijk bevel.
O Heer, hoe wordt uw goedheid ooit volprezen!
Gij doet op aard’ aan alle scheps’len wèl,
Och, werd ik in uw wetten onderwezen!
Ps. 119:32
Aan de lezer…
Misschien kent u de vrede van God nog niet, en ligt er nog een vijandschap tussen uw ziel en Hem, die u niet weet weg te nemen. Zo lang de zonde staat, kan er geen vrede gevoeld of genoten worden; de Wet roept tegen u, en uw geweten stemt in met haar vonnis. Maar zie op Christus, Die vrede gemaakt heeft door het bloed des kruises. Hij heeft de Wet vervuld en de overtredingen geboet; de oorzaak van de oorlog is weggenomen.
Wat u dan niet kunt maken, is voor u gemaakt. God beminde Zijn volk altijd in Christus en kan hen nooit haten. Wanneer Hij u Zijn verzoening doet ontvangen, smelt het harde hart, en de vijandschap van uw zijde wijkt voor nederigheid en liefde tot Hem. Vraag dan niet eerst naar uw eigen vrede, maar naar Hem Die uw vrede is. Wie Hem heeft, heeft de vrede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want Hij is onze vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en de middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende.
Efeze 2:14
„Hij is onze vrede.” Dat volgt noodzakelijk uit het feit dat wij met God verzoend zijn en door het bloed van Christus nabij gebracht zijn. De zonde heeft ons niet alleen tot vijanden van God gemaakt, maar ook God tot onze vijand. Welke vrede kan er dan tussen ons zijn, zolang wij zo over en weer vijanden zijn? Vrede is er tussen vrienden, niet tussen vijanden. Omdat er zolang die staat van vijandschap duurt geen werkelijke vrede is, kan er ook geen vrede gevoeld of genoten worden.
Maar wanneer de oorzaak van de oorlog wordt weggenomen, komt er vrede: eerst werkelijk, daarna ook in de bevinding. Christus heeft vrede gemaakt door het bloed van het kruis (Kol. 1:20). Er is nu van Gods kant geen vijandschap meer, want het was een vijandschap door de Wet. God heeft Zijn volk altijd in Christus liefgehad. Omdat Hij onveranderd en onveranderlijk is, kan Hij hen nooit haten, en Hij heeft hen ook nooit gehaat. Maar zoals een rechter een vijand is van een misdadiger, al was die misdadiger zijn eigen zoon, zo was God als Rechter en Wetgever een vijand van Zijn eigen uitverkorenen, gezien als overtreders van de Wet.
Maar toen de Wet vervuld was en alle overtredingen van die Wet geboet waren door de gehoorzaamheid en de dood van Zijn geliefde Zoon, werd die vijandschap van de Wet weggenomen en werd de toorn van God tegen de zonde en de zondaar gestild. Omdat de zonde dan tenietgedaan is, is ook de hele oorzaak van de vijandschap van de Wet weggenomen. En wanneer wij in de Zoon van God geloven en de verzoening door Zijn bloed ontvangen, is er ook van onze kant geen vijandschap meer. Want de goedheid, de barmhartigheid en de liefde van God doen het hart smelten tot zachte nederigheid, genegenheid en liefde tot en voor Hem.
Ik ben een vriend, ik ben een metgezel
van allen, die uw naam ootmoedig vrezen
en leven naar uw goddelijk bevel.
O Heer, hoe wordt uw goedheid ooit volprezen!
Gij doet op aard’ aan alle scheps’len wèl,
Och, werd ik in uw wetten onderwezen!
Ps. 119:32
Aan de lezer…
Misschien kent u de vrede van God nog niet, en ligt er nog een vijandschap tussen uw ziel en Hem, die u niet weet weg te nemen. Zolang de zonde blijft staan, kan er geen vrede gevoeld of genoten worden; de Wet roept tegen u, en uw geweten stemt in met haar vonnis. Maar zie op Christus, Die vrede gemaakt heeft door het bloed van het kruis. Hij heeft de Wet vervuld en de overtredingen geboet; de oorzaak van de oorlog is weggenomen.
Wat u zelf niet kunt maken, is voor u gemaakt. God heeft Zijn volk altijd in Christus liefgehad en kan hen nooit haten. Wanneer Hij u Zijn verzoening doet ontvangen, smelt het harde hart, en maakt de vijandschap van uw kant plaats voor nederigheid en liefde tot Hem. Vraag dan niet eerst naar uw eigen vrede, maar naar Hem Die uw vrede is. Wie Hem heeft, heeft de vrede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For He is our peace, Who hath made both one, and hath broken down the middle wall of partition between us.
Ephesians 2:14
“He is our peace.” This necessarily springs from being reconciled and brought near by the blood of Christ. Sin has not only made us enemies to God; but made God an enemy to us. What peace, then, can there be between us while thus mutual enemies? Peace is between friends, not between foes. During this state of hostility and warfare, as there is no real, so there can be no felt or enjoyed peace.
But the removal of the cause of the war brings about peace, first really and then experimentally. Christ has made peace through the blood of His cross (Col. 1:20). There is now no enmity on the part of God, for it was a ‘legal’ enmity. God always loved His people in Christ; and as He is unchanging and unchangeable, He never could or did hate them. But as a judge is an enemy to a criminal, even were that criminal his own son, so, as Judge and Lawgiver, God was an enemy to His own elect, viewed as law-breakers.
But when the law was fulfilled, and all the breaches of it atoned for by the obedience and death of His dear Son, then this law enmity was removed, and the anger of God against sin and the sinner pacified. Sin, therefore, being put away, the whole cause of that ‘legal’ enmity is removed.
And when we believe in the Son of God, and receive the atonement by His precious blood, then there is no enmity on OUR side; for the goodness, mercy, and love of God melt the heart into the sweetest humility, affection, and love to and before Him.
To the reader…
Perhaps you do not yet know the peace of God, and there is still an enmity between your soul and Him that you cannot take away. As long as sin remains, no peace can be felt or enjoyed; the law cries out against you, and your conscience agrees with its sentence. But look to Christ, Who has made peace through the blood of His cross. He has fulfilled the law and atoned for its breaches; the cause of the war has been removed.
What you cannot make yourself has been made for you. God has always loved His people in Christ and can never hate them. When He makes you receive His atonement, the hard heart melts, and the enmity on your side gives way to humility and love towards Him. So do not first ask after your own peace, but after Him Who is your peace. Whoever has Him has peace.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque él es nuestra paz, que de ambos hizo uno, derribando la pared intermedia de separación.
Efesios 2:14
“Él es nuestra paz.” Esto brota necesariamente de haber sido reconciliados y hechos cercanos por la sangre de Cristo. El pecado no solo nos ha hecho enemigos de Dios, sino que ha hecho a Dios enemigo nuestro. ¿Qué paz puede haber, pues, entre nosotros mientras seamos así enemigos mutuos? La paz es entre amigos, no entre adversarios. Durante este estado de hostilidad y guerra, así como no hay paz real, tampoco puede haber paz sentida ni disfrutada.
Pero la eliminación de la causa de la guerra trae la paz, primero realmente y luego experimentalmente. Cristo ha hecho la paz por la sangre de Su cruz (Col. 1:20). Ya no hay enemistad por parte de Dios, porque era una enemistad ‘legal’. Dios siempre amó a Su pueblo en Cristo; y como Él es inmutable e invariable, nunca pudo aborrecerlos ni los aborreció. Pero así como un juez es enemigo de un criminal, aunque ese criminal fuera su propio hijo, así Dios, como Juez y Legislador, era enemigo de Sus propios escogidos, considerados como transgresores de la ley.
Pero cuando la ley fue cumplida, y todas sus transgresiones expiadas por la obediencia y la muerte de Su amado Hijo, entonces esta enemistad de la ley fue quitada, y la ira de Dios contra el pecado y el pecador fue aplacada. Habiendo sido quitado, pues, el pecado, toda la causa de aquella enemistad ‘legal’ es eliminada.
Y cuando creemos en el Hijo de Dios y recibimos la expiación por Su preciosa sangre, entonces no hay enemistad por NUESTRA parte; porque la bondad, la misericordia y el amor de Dios derriten el corazón en la más dulce humildad, afecto y amor hacia Él y delante de Él.
Al lector…
Quizá usted todavía no conoce la paz de Dios, y hay aún una enemistad entre su alma y Él que no puede quitar. Mientras permanezca el pecado, no puede sentirse ni disfrutarse ninguna paz; la ley clama contra usted, y su conciencia está de acuerdo con su sentencia. Pero mire a Cristo, que ha hecho la paz por la sangre de Su cruz. Él ha cumplido la ley y ha expiado sus transgresiones; la causa de la guerra ha sido quitada.
Lo que usted no puede hacer por sí mismo ha sido hecho por usted. Dios siempre ha amado a Su pueblo en Cristo y nunca puede aborrecerlo. Cuando Él le hace recibir Su expiación, el corazón duro se derrite, y la enemistad por su parte cede ante la humildad y el amor hacia Él. No pregunte, pues, primero por su propia paz, sino por Aquel que es su paz. Quien le tiene a Él tiene paz.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl