Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

Die in de woestijn dwaalden, in een weg der wildernis; die geen stad ter woning vonden.
Psalm 107:4

„Zij dwaalden in de woestijn, in een weg der wildernis”: geen gebaande weg, maar een weg die ieder alleen moet gaan; een weg waar geen gezelschap de reiziger bemoedigt, en zonder enige wegwijzer. Het is een kenmerk van het kind van God dat het pad waarop hij gaat, naar zijn eigen gevoel een eenzame weg is. Dat vermeerdert zijn werkzaamheid zeer, omdat het hem is alsof die weg alleen voor hem bestemd was. Zijn moeilijkheden zijn zo, dat hij niet kan geloven dat een andere levende ziel zo’n strijd heeft. De vurige pijlen die de boze in zijn ziel schiet, zijn zo, dat hij niet kan geloven dat enig kind van God zo geoefend wordt als hij. De duisternis van zijn ziel, het ongeloof en de ontrouw van zijn hart en de werkingen van zijn eigen verdorvenheid zijn zo, dat hij gelooft dat niemand ze ooit zo gekend heeft.

Zonder enige andere troost dan die van God komt; zonder een andere gids dan die God hem geeft; zonder andere steun dan die van de eeuwige armen die onder hem zijn uitgebreid; kortom, in die staat te verkeren waarin alleen de Heere moet verschijnen en waarin alleen Hij kan verlossen: dat is heel moeilijk. Maar juist het moeilijke van die weg maakt hem nuttig voor hem. Al het steunen op de arm van vlees moet weggenomen worden. Alle steunsels voor de ziel, behalve die almachtige Steun Die niet faalt, moeten helemaal worden losgelaten.

En de Heere zal ervoor zorgen dat Zijn kinderen alleen met Hem te maken hebben; dat zij geen ware troost vinden dan die uit Zijn tegenwoordigheid voortkomt, en geen vaste getuigenissen dan die door Zijn eigen lippen in hun ziel worden gefluisterd. Zijn doel is ons van het schepsel los te maken, ons te verhinderen te steunen op menselijk erbarmen en medelijden, en ons zover te brengen dat wij uitsluitend vertrouwen op Hem, Wiens barmhartigheid niet faalt. Zo leren wij ons geheel en alleen te verlaten op Hem, Die „vol is van mededogen en barmhartigheid”.

Vest op prinsen geen betrouwen,
waar men nimmer heil bij vindt;
zoudt g’ uw hoop op mensen bouwen?

Ps. 146:2

Aan de lezer…

Deze woorden spreken van hen die in de woestijn dwaalden. Gaat u een weg waarvan u denkt dat geen andere ziel er ooit zo gegaan is? Zijn uw moeilijkheden, uw duisternis en de vurige pijlen in uw ziel zo, dat u niet kunt geloven dat enig kind van God zo geoefend wordt als u? Het is een eenzame weg door de wildernis, zonder gebaande paden en zonder wegwijzer. Maar weet dat juist dit het kenmerk is van hen die de Heere leidt.

Hij neemt de arm van vlees weg en laat de steunsels van het schepsel bezwijken, niet om u te verderven, maar zodat u alleen met Hem te maken zou hebben. Wat het moeilijkste lijkt, is juist wat deze weg nuttig voor u maakt. Zoek dan geen troost bij mensen, maar wacht op een getuigenis uit Zijn eigen mond. Want Hij, Wiens barmhartigheid niet faalt, is vol van mededogen, en Zijn eeuwige armen zijn ook onder u uitgebreid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl