16 november
Die in de woestijn dwaalden, in een weg der wildernis; die geen stad ter woning vonden.
Psalm 107:4
„Zij dwaalden in de woestijn, in een weg der wildernis”: geen gebaande weg; een weg die ieder alleen moet gaan; een weg waar geen gezelschap de wandelaar opbeurt, en zonder enige wegwijzer. Dit is een kenteken voor het kind van God, dat het pad waarop hij wandelt, voor zijn eigen gevoel, een eenzame weg is. Dit vermeerdert zijn werkzaamheid zeer, daar het hem is alsof die weg alleen voor hem was. Zijn moeilijkheden zijn van dien aard, dat hij niet kan geloven dat een andere levende ziel zulk een strijd heeft; de vurige pijlen die door de Boze in zijn ziel vallen, zijn zo, dat hij niet kan geloven dat enig kind van God zo geoefend wordt als hij; de duisternis zijner ziel, het ongeloof en de ontrouw van zijn hart en de werkingen van zijn eigen bederf zijn zodanig, dat hij gelooft dat niemand ze ooit zo gekend heeft.
Zonder enige andere troost dan die welke van God komt; zonder een andere gids dan die God hem geeft; zonder andere steun dan van die eeuwige armen die onder hem zijn uitgebreid; in één woord, in die staat te verkeren waarin de Heere alleen moet verschijnen en waarin Hij alleen kan verlossen, is zeer moeilijk. Maar het is juist het moeilijke van die weg wat deze nuttig voor hem maakt. Al het rusten op de vleselijke arm moet weggenomen worden; alle steunsels voor de ziel, behalve die almachtige Steun Die niet faalt, moeten geheel worden afgewezen.
En de Heere zal zorgen dat Zijn kinderen alleen met Hem te doen hebben; dat zij geen ware troost vinden dan die uit Zijn tegenwoordigheid ontspringt, en geen vaste getuigenissen dan die welke in hun ziel worden gefluisterd door Zijn eigen lippen. Zijn doel is ons van het schepsel af te trekken; ons te verhinderen op menselijk erbarmen en medelijden te steunen, en ons zo ver te brengen dat wij uitsluitend op Hem vertrouwen, Wiens barmhartigheid niet faalt, en ons geheel en alleen op Hem verlaten, Die „vol is van mededogen en barmhartigheid”.
Vest op prinsen geen betrouwen,
waar men nimmer heil bij vindt;
zoudt g’ uw hoop op mensen bouwen?
Ps. 146:2
Aan de lezer…
Deze woorden spreken van hen die in de woestijn dwaalden. Gaat u een weg waarop u meent dat geen andere ziel ooit zo gewandeld heeft? Zijn uw moeilijkheden, uw duisternis en de vurige pijlen in uw ziel zo, dat u niet kunt geloven dat enig kind van God zo geoefend wordt als u? Het is een eenzame weg der wildernis, zonder gebaande paden en zonder wegwijzer. Maar weet dat juist dit het kenteken is van hen die de Heere leidt.
Hij neemt de vleselijke arm weg en laat de steunsels van het schepsel bezwijken, niet om u te verderven, maar opdat u alleen met Hem te doen zou hebben. Wat het moeilijkste lijkt, is juist wat deze weg nuttig voor u maakt. Zoek dan geen troost bij mensen, maar wacht op een getuigenis uit Zijn eigen mond. Want Hij, Wiens barmhartigheid niet faalt, is vol van mededogen, en Zijn eeuwige armen zijn ook onder u uitgebreid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die in de woestijn dwaalden, in een weg der wildernis; die geen stad ter woning vonden.
Psalm 107:4
„Zij dwaalden in de woestijn, in een weg der wildernis”: geen gebaande weg, maar een weg die ieder alleen moet gaan; een weg waar geen gezelschap de reiziger bemoedigt, en zonder enige wegwijzer. Het is een kenmerk van het kind van God dat het pad waarop hij gaat, naar zijn eigen gevoel een eenzame weg is. Dat vermeerdert zijn werkzaamheid zeer, omdat het hem is alsof die weg alleen voor hem bestemd was. Zijn moeilijkheden zijn zo, dat hij niet kan geloven dat een andere levende ziel zo’n strijd heeft. De vurige pijlen die de boze in zijn ziel schiet, zijn zo, dat hij niet kan geloven dat enig kind van God zo geoefend wordt als hij. De duisternis van zijn ziel, het ongeloof en de ontrouw van zijn hart en de werkingen van zijn eigen verdorvenheid zijn zo, dat hij gelooft dat niemand ze ooit zo gekend heeft.
Zonder enige andere troost dan die van God komt; zonder een andere gids dan die God hem geeft; zonder andere steun dan die van de eeuwige armen die onder hem zijn uitgebreid; kortom, in die staat te verkeren waarin alleen de Heere moet verschijnen en waarin alleen Hij kan verlossen: dat is heel moeilijk. Maar juist het moeilijke van die weg maakt hem nuttig voor hem. Al het steunen op de arm van vlees moet weggenomen worden. Alle steunsels voor de ziel, behalve die almachtige Steun Die niet faalt, moeten helemaal worden losgelaten.
En de Heere zal ervoor zorgen dat Zijn kinderen alleen met Hem te maken hebben; dat zij geen ware troost vinden dan die uit Zijn tegenwoordigheid voortkomt, en geen vaste getuigenissen dan die door Zijn eigen lippen in hun ziel worden gefluisterd. Zijn doel is ons van het schepsel los te maken, ons te verhinderen te steunen op menselijk erbarmen en medelijden, en ons zover te brengen dat wij uitsluitend vertrouwen op Hem, Wiens barmhartigheid niet faalt. Zo leren wij ons geheel en alleen te verlaten op Hem, Die „vol is van mededogen en barmhartigheid”.
Vest op prinsen geen betrouwen,
waar men nimmer heil bij vindt;
zoudt g’ uw hoop op mensen bouwen?
Ps. 146:2
Aan de lezer…
Deze woorden spreken van hen die in de woestijn dwaalden. Gaat u een weg waarvan u denkt dat geen andere ziel er ooit zo gegaan is? Zijn uw moeilijkheden, uw duisternis en de vurige pijlen in uw ziel zo, dat u niet kunt geloven dat enig kind van God zo geoefend wordt als u? Het is een eenzame weg door de wildernis, zonder gebaande paden en zonder wegwijzer. Maar weet dat juist dit het kenmerk is van hen die de Heere leidt.
Hij neemt de arm van vlees weg en laat de steunsels van het schepsel bezwijken, niet om u te verderven, maar zodat u alleen met Hem te maken zou hebben. Wat het moeilijkste lijkt, is juist wat deze weg nuttig voor u maakt. Zoek dan geen troost bij mensen, maar wacht op een getuigenis uit Zijn eigen mond. Want Hij, Wiens barmhartigheid niet faalt, is vol van mededogen, en Zijn eeuwige armen zijn ook onder u uitgebreid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
They wandered in the wilderness in a solitary way; they found no city to dwell in.
Psalm 107:4
“They wandered in the wilderness in a solitary way;”—a way not tracked; a path in which each has to walk alone; a road where no company cheers him, and without landmarks to direct his course. This is a mark peculiar to the child of God—that the path by which he travels is, in his own feelings, a solitary way. This much increases his exercises, that they appear peculiar to himself. His perplexities are such as he cannot believe any living soul is exercised with; the fiery darts which are cast into his mind by the wicked one are such as he thinks no child of God has ever experienced; the darkness of his soul, the unbelief and infidelity of his heart, and the workings of his powerful corruptions, are such as he supposes none ever knew but himself.
To be without any comfort except what God gives, without any guidance but what the Lord affords, without any support but what springs from the everlasting arms laid underneath; in a word, to be in that state where the Lord alone must appear, and where He alone can deliver, is very painful.
But it is the very painful nature of the path that makes it so profitable. We need to be cut off from resting upon an arm of flesh; to be completely divorced from all props to support our souls, except that Almighty prop which cannot fail. And the Lord will take care that His people shall deal only with Himself; that they shall have no real comfort but that which springs from His presence, and no solid testimonies but those which are breathed into their conscience from His own lips. His object is to draw us away from the creature; to take us off from leaning on human pity and compassion; and to bring us to trust implicitly on Himself, “Whose compassions fail not,”—to lean wholly and solely upon Him, Who is “full of pity, and of tender mercy.”
To the reader…
These words speak of those who wandered in the wilderness. Are you walking a way that you think no other soul has ever walked? Are your troubles, your darkness and the fiery darts in your soul such that you cannot believe any child of God is exercised as you are? It is a solitary way through the wilderness, without beaten paths and without landmarks. But know that this is the very mark of those whom the Lord leads.
He takes away the arm of flesh and lets the props of the creature give way, not to destroy you, but so that you would have to deal with Him alone. What seems hardest is the very thing that makes this way profitable for you. Do not seek comfort from men, then, but wait for a testimony from His own lips. For He, Whose compassions fail not, is full of pity, and His everlasting arms are underneath you too.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Anduvieron perdidos por el desierto, por la soledad sin camino, no hallando ciudad de población.
Salmo 107:4
“Anduvieron perdidos por el desierto, por la soledad sin camino”: un camino no trillado; una senda por la que cada uno tiene que andar solo; un camino donde ninguna compañía le alienta, y sin señales que dirijan su rumbo. Esta es una marca propia del hijo de Dios: que el camino por el que viaja es, en sus propios sentimientos, un camino solitario. Esto aumenta mucho sus ejercicios, que le parezcan propios solo de él. Sus perplejidades son tales que no puede creer que ninguna alma viviente sea ejercitada con ellas; los dardos de fuego que el maligno lanza a su mente son tales que piensa que ningún hijo de Dios los ha experimentado jamás; la oscuridad de su alma, la incredulidad y la infidelidad de su corazón, y las operaciones de sus poderosas corrupciones, son tales que supone que nadie las ha conocido jamás sino él.
Estar sin ningún consuelo excepto el que Dios da, sin ninguna guía sino la que el Señor proporciona, sin ningún sostén sino el que brota de los brazos eternos puestos debajo; en una palabra, estar en aquel estado en que solo el Señor tiene que aparecer, y en que solo Él puede librar, es muy doloroso.
Pero es precisamente la naturaleza dolorosa del camino lo que lo hace tan provechoso. Necesitamos ser apartados de apoyarnos en un brazo de carne; ser completamente separados de todos los apoyos que sostienen nuestras almas, excepto aquel apoyo Todopoderoso que no puede fallar. Y el Señor cuidará de que Su pueblo trate solo con Él; de que no tenga verdadero consuelo sino el que brota de Su presencia, ni testimonios sólidos sino los que son soplados en su conciencia desde Sus propios labios. Su propósito es apartarnos de la criatura; quitarnos de apoyarnos en la lástima y la compasión humanas; y llevarnos a confiar implícitamente en Él mismo, “porque nunca decayeron Sus misericordias”; a apoyarnos entera y únicamente en Aquel que es “muy misericordioso y piadoso”.
Al lector…
Estas palabras hablan de los que anduvieron perdidos por el desierto. ¿Anda usted por un camino que piensa que ninguna otra alma ha recorrido jamás? ¿Son sus aflicciones, su oscuridad y los dardos de fuego en su alma tales que no puede creer que algún hijo de Dios sea ejercitado como usted? Es un camino solitario por el desierto, sin sendas trilladas y sin señales. Pero sepa que esta es precisamente la marca de aquellos a quienes el Señor guía.
Él quita el brazo de carne y deja que cedan los apoyos de la criatura, no para destruirle, sino para que usted tenga que tratar solo con Él. Lo que parece más duro es precisamente lo que hace provechoso este camino para usted. No busque, pues, consuelo en los hombres, sino espere un testimonio de Sus propios labios. Porque Aquel cuyas misericordias nunca decayeron es muy misericordioso, y Sus brazos eternos están también debajo de usted.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl