Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

15 februari

Het gekrookte riet

Vandaag

2 min. lezen

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.
Jesaja 42:3

De gezegende Geest vergelijkt een beproefde christen ook met de „rokende vlaswiek”. Het woord „vlaswiek” betekent hier waarschijnlijk het afval van hennep of vlas. Het was blijkbaar de gewoonte dit afval te verbranden, en omdat er veel vuil in zat, werd het een smeulend vuur. Dit rokende vlas is het beeld dat de Heilige Geest heeft gebruikt om het leven en het werk in het hart van een christen te verklaren.

Wat is deze „vlaswiek”? Is het niet het vuil en de verdorvenheid van onze boze natuur, als het ware het afval van Adams val? En wat is het vuur dat de rook veroorzaakt? Is dat niet het leven van God vanbinnen, het vuur dat aangestoken wordt met een gloeiende kool die van het altaar is genomen? Van een christen wordt dus niet alleen gezegd dat hij in een heldere, stralende vlam uitslaat, maar ook dat hij is als „een rokend vlaswiek”. Dat hangt af van de mate van het leven van God in de ziel, dat rook kan geven zonder veel vlam of hitte.

Heel veel van Gods kinderen verkeren in deze toestand. Al voelen ze hun verdorvenheden heel sterk, toch brandt er in het binnenste van hun hart een vuur, een gezegend vuur, dat God Zelf heeft aangestoken. Als ze konden, zouden ze in een heilige vlam uitslaan. Hun ogen zouden dan niet voortdurend prikken van de rook van hun eigen verdorvenheden, maar ze zouden naar God oplaaien in het zoete uitslaan van geloof, hoop en liefde. Maar hun verdorvenheden en ongeloof, hun zonde en schaamte lijken allemaal het leven van God in de ziel te onderdrukken. Zoals bij de rokende vlaswiek het vuil en het afval het vuur zo verstikken dat het smeult en rookt maar niet kan opvlammen, zo lijken het vuil en de dwaasheid van onze verdorven natuur de heilige vlam van de genade in de ziel te verstikken.

Lezen: Mattheüs 12:9-12

Aan de lezer…

Wie in zijn eigen hart kijkt, ziet er vaak meer rook dan vlam. Ziet u dat ook bij uzelf? Prikken uw ogen voortdurend van de rook van uw eigen verdorvenheid, terwijl u zo graag in een heilige vlam van geloof, hoop en liefde naar God zou oplaaien? Dan staat u hier niet alleen. Heel veel van Gods kinderen verkeren in deze toestand, en de Heilige Geest heeft hen in dit beeld met zorg beschreven.

Want waar rook is, daar is vuur. Het vuil van onze boze natuur geeft de rook, maar het vuur onder dat vuil is aangestoken met een gloeiende kool van het altaar. Dat vuur hebt u niet zelf ontstoken, en het is niet uit, hoe vaak het ook lijkt te smoren. Treur over de rook, en treur oprecht. Maar vergeet niet dat Hij Die het vuur gaf, de rokende vlaswiek niet zal uitblussen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl