15 november
Maar de duif vond geen ruste voor het hol haars voets; zo keerde zij weder tot hem in de ark.
Genesis 8:9
Welk een rusteloos schepsel is een verzocht kind van God! Hoe is hij dikwijls buiten staat om op dezelfde plaats te blijven, zijn stoel te nemen en rustig bij zijn haard te zitten! Gelijk de duif van Noach kan hij geen rust vinden voor het hol van zijn voet op de drijvende puinhopen ener verloren wereld. Men heeft verhaald van de gevangenen die in de eerste Franse omwenteling in hun gevangenis de oproeping verwachtten om voor het Schrikbewind te verschijnen, dat sommigen al hun tijd doorbrachten met in hun cel op en neer te wandelen. Zo stappen ook wij onder beproevingen en verzoekingen de kamer op en neder, als zochten wij de inspanning van onze geest door de inspanning van ons lichaam te doen verdwijnen; of wij lopen door straten en wegen, om het hart in zuchten en kermen lucht te geven.
En evenals een beproefd kind van God dikwijls niet op dezelfde plaats kan blijven, zo kan het ook niet geestelijk rusten. Het kan niet rusten in zijn eigen gerechtigheid, noch in een belijdenis der lippen, noch in een vorm van godzaligheid, noch in de meningen der mensen, noch in iets dat uit het schepsel voortkomt of in het schepsel zich verenigt. Er is altijd iets ongerusts, hetzij in hemzelf, hetzij in de grond waarop hij rust. Somtijds is die met doornen en distels bezaaid, somtijds bezet met ruwe rotsblokken.
En toch, ware het niet om dit rusteloze en ongeruste gevoel, hoevelen zelfs van de kinderen Gods zouden menen de rust des Evangelies gevonden te hebben! Enigen zouden rust vinden in valse godsvrucht; anderen in de wereld; anderen zouden van hun eigen gerechtigheid een god gemaakt hebben; en anderen zouden, gelijk de dwaze maagden, gerust zijn ingeslapen, terwijl de olie in hun lampen verbrandde. Maar in die rusteloze, moeilijke strijd, waarin het leven en de genade Gods zijn, kan de ziel geen rust vinden dan alleen in die welke van God geschonken wordt. „Er blijft dus een rust over voor het volk van God.” Die rust is Christus: het bloed, de gerechtigheid, de liefde en de genade van het Lam Gods.
Zelfs vindt de mus een huis, o Heer!
De zwaluw legt haar jongskens neer
in ’t kunstig nest bij uw altaren.
Ps. 84:2
Aan de lezer…
U die zo onrustig bent dat u de kamer op en neer gaat en nergens kunt neerzitten, vindt u, als de duif van Noach, geen plaats voor het hol uws voets op de puinhopen van deze wereld, en ook niet in uw eigen gerechtigheid of in een vorm van godzaligheid? Het is een moeilijke strijd, en u zou wel eens willen dat het stil werd in uw ziel.
Maar dank God voor die onrust. Ware zij er niet, u zou misschien met de dwaze maagden gerust zijn ingeslapen, terwijl de olie in uw lamp verbrandde. Nu drijft zij u uit al het schepsel uit. De duif keerde weder tot de ark; keer u zo ook weder tot Christus. Er blijft een rust over voor het volk van God, en die rust is Hij: Zijn bloed, Zijn gerechtigheid, Zijn liefde en de genade van het Lam Gods.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar de duif vond geen ruste voor het hol haars voets; zo keerde zij weder tot hem in de ark.
Genesis 8:9
Wat een rusteloos schepsel is een verzocht kind van God! Hoe vaak kan hij niet op dezelfde plaats blijven, in zijn stoel gaan zitten en rustig bij zijn haard blijven! Zoals de duif van Noach kan hij geen rust vinden voor het hol van zijn voet op de drijvende puinhopen van een verloren wereld. Men heeft verteld van de gevangenen die tijdens de eerste Franse Revolutie in hun gevangenis wachtten op de oproep om voor het Schrikbewind te verschijnen, dat sommigen van hen al hun tijd doorbrachten met in hun cel op en neer te lopen. Zo lopen ook wij onder beproevingen en verzoekingen de kamer op en neer, alsof wij de inspanning van onze geest wilden laten verdwijnen door de inspanning van ons lichaam. Of wij lopen door straten en over wegen om ons hart lucht te geven in zuchten en kermen.
En zoals een beproefd kind van God vaak niet op dezelfde plaats kan blijven, zo kan het ook geestelijk niet rusten. Het kan niet rusten in zijn eigen gerechtigheid, niet in een belijdenis van de lippen, niet in een vorm van godzaligheid, niet in de meningen van mensen, en ook niet in iets wat uit het schepsel voortkomt of in het schepsel samenkomt. Er is altijd iets wat onrust geeft, hetzij in hemzelf, hetzij in de grond waarop hij rust. Soms is die met doornen en distels bezaaid, soms bezet met ruwe rotsblokken.
En toch: als dit rusteloze en onrustige gevoel er niet was, hoevelen, zelfs van de kinderen van God, zouden dan menen de rust van het Evangelie gevonden te hebben! Sommigen zouden rust vinden in valse godsvrucht, anderen in de wereld; weer anderen zouden van hun eigen gerechtigheid een god gemaakt hebben, en nog anderen zouden, zoals de dwaze maagden, gerust in slaap gevallen zijn terwijl de olie in hun lampen opbrandde. Maar in die rusteloze, moeilijke strijd, waarin het leven en de genade van God aanwezig zijn, kan de ziel geen rust vinden dan alleen in de rust die door God geschonken wordt. „Er blijft dus een rust over voor het volk van God.” Die rust is Christus: het bloed, de gerechtigheid, de liefde en de genade van het Lam van God.
Zelfs vindt de mus een huis, o Heer!
De zwaluw legt haar jongskens neer
in ’t kunstig nest bij uw altaren.
Ps. 84:2
Aan de lezer…
U die zo onrustig bent dat u de kamer op en neer loopt en nergens kunt gaan zitten: vindt u, zoals de duif van Noach, geen plaats voor het hol van uw voet op de puinhopen van deze wereld, en ook niet in uw eigen gerechtigheid of in een vorm van godzaligheid? Het is een moeilijke strijd, en u zou soms zo graag willen dat het stil werd in uw ziel.
Maar dank God voor die onrust. Was zij er niet, dan was u misschien met de dwaze maagden gerust in slaap gevallen, terwijl de olie in uw lamp opbrandde. Nu drijft zij u weg van alles wat geschapen is. De duif keerde terug naar de ark; keer zo ook terug naar Christus. Er blijft een rust over voor het volk van God, en die rust is Hij: Zijn bloed, Zijn gerechtigheid, Zijn liefde en de genade van het Lam van God.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But the dove found no rest for the sole of her foot, and she returned unto him into the ark.
Genesis 8:9
What a restless being is a tempted child of God! How unable he often is even to rest locally, to take his chair, and sit quietly by his fire-side! Like Noah’s dove, he can find no rest for the sole of his foot on the floating carcases of a ruined world. It is recorded of the prisoners, who in the first French revolution, were awaiting in their dungeons the summons to the dread tribunal of blood, that some passed nearly the whole of their time in walking up and down their cells. So sometimes under trials and temptations, we pace up and down the room as if we sought to dissipate the exercise of our minds by the exercise of our bodies; or rush into the streets and fields to pour the heart out in sighs and groans, the restless mind acting and reacting upon the body.
And as an exercised child of God often cannot rest physically, so cannot he rest spiritually. He cannot rest in his own righteousness, nor in a sound creed, nor in a form of godliness, nor in the opinions of men, nor in anything that springs from or centers in the creature. There is always something uneasy, either in himself or in the ground on which he would repose. Sometimes it is strewed with thorns and briers; sometimes beset with sharp and rugged rocks.
And yet, but for these restless, uneasy feelings, how many even of the Lord’s own family would settle down short of gospel rest! Some would settle down in false religion; others in the world; some would make a god of their own righteousness; and others, like the foolish virgins, would securely sleep while their lamp was burning out.
But there is that restless, painful exercise where the life and grace of God are, that the soul cannot, if it would, settle down in any rest but that of God’s own providing. “There remains, therefore, a rest to the people of God.” That rest is Christ; the blood, righteousness, love, and grace of the Lamb of God.
To the reader…
You who are so restless that you pace up and down the room and cannot settle anywhere: do you, like Noah’s dove, find no rest for the sole of your foot on the ruins of this world, nor in your own righteousness or in a form of godliness? It is a hard struggle, and sometimes you would so dearly like your soul to be still.
But thank God for that restlessness. If it were not there, you might, like the foolish virgins, have fallen securely asleep while the oil in your lamp burned out. Now it drives you away from everything created. The dove returned to the ark; return likewise to Christ. There remains a rest for the people of God, and that rest is He: His blood, His righteousness, His love and the grace of the Lamb of God.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y no halló la paloma donde sentar la planta de su pie, y volvióse a él al arca.
Génesis 8:9
¡Qué ser tan inquieto es un hijo de Dios tentado! ¡Cuán incapaz es a menudo aun de descansar en un lugar, de tomar su silla y sentarse tranquilamente junto a su fuego! Como la paloma de Noé, no halla donde sentar la planta de su pie sobre los cadáveres flotantes de un mundo arruinado. Se cuenta de los prisioneros que, en la primera revolución francesa, aguardaban en sus calabozos la citación ante el temible tribunal de sangre, que algunos pasaban casi todo su tiempo andando de un lado a otro de sus celdas. Así a veces, bajo pruebas y tentaciones, recorremos la habitación de un lado a otro, como si quisiéramos disipar el ejercicio de nuestra mente con el ejercicio de nuestro cuerpo; o salimos precipitadamente a las calles y a los campos para derramar el corazón en suspiros y gemidos, mientras la mente inquieta obra y reacciona sobre el cuerpo.
Y así como un hijo de Dios ejercitado a menudo no puede descansar físicamente, tampoco puede descansar espiritualmente. No puede descansar en su propia justicia, ni en un credo sano, ni en una forma de piedad, ni en las opiniones de los hombres, ni en nada que brote de la criatura o se centre en ella. Siempre hay algo que inquieta, ya sea en él mismo o en el terreno sobre el cual quisiera reposar. A veces está sembrado de espinas y zarzas; a veces erizado de rocas agudas y escarpadas.
Y sin embargo, de no ser por estos sentimientos inquietos y desasosegados, ¡cuántos aun de la propia familia del Señor se acomodarían sin llegar al reposo del evangelio! Algunos se acomodarían en una religión falsa; otros en el mundo; algunos harían un dios de su propia justicia; y otros, como las vírgenes insensatas, dormirían confiados mientras su lámpara se apagaba.
Pero donde están la vida y la gracia de Dios hay ese ejercicio inquieto y doloroso, de modo que el alma no puede, aunque quisiera, acomodarse en ningún reposo sino en el que Dios mismo provee. “Por tanto, queda un reposo para el pueblo de Dios.” Ese reposo es Cristo: la sangre, la justicia, el amor y la gracia del Cordero de Dios.
Al lector…
Usted que está tan inquieto que recorre la habitación de un lado a otro y no puede asentarse en ninguna parte: ¿no halla usted, como la paloma de Noé, donde sentar la planta de su pie sobre las ruinas de este mundo, ni en su propia justicia ni en una forma de piedad? Es una lucha dura, y a veces desearía tanto que su alma estuviera tranquila.
Pero dé gracias a Dios por esa inquietud. Si no estuviera, quizá usted, como las vírgenes insensatas, se habría dormido confiado mientras el aceite de su lámpara se agotaba. Ahora le aleja de todo lo creado. La paloma volvió al arca; vuelva usted también a Cristo. Queda un reposo para el pueblo de Dios, y ese reposo es Él: Su sangre, Su justicia, Su amor y la gracia del Cordero de Dios.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl