14 januari
Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen.
2 Korinthe 6:17
Als we verstrikt zijn in de liefde van de wereld, en door wereldse bekommernissen zijn gebonden en gekluisterd, en als de geest van de wereld heerschappij voert in onze ziel, dan is elke belijdenis krachteloos, zo niet zonder waarde. Wij mogen de taal van het gebed gebruiken, maar het hart heeft er geen deel aan; wij mogen het hoofd opwaarts heffen bij de belijdenis van de Waarheid, maar haar kracht en zegen worden noch gekend, noch gevoeld. Om enige gemeenschap met de Heere te genieten, hetzij bij het kruis of bij de troon, moeten wij uit het midden van die wereld gaan, die in vijandschap is tegen Hem. Wij moeten ook uit onszelf uitgaan, want ons eigen ik te verloochenen, te verzaken en het te verlaten leidt tot de ware grondslag van levende godzaligheid. Er moet een „doden zijn van de daden des lichaams door de Geest”; een „voortdurende overgave tot de dood, om Jezus’ wil; opdat ook het leven van Jezus geopenbaard worde in ons sterfelijk vlees”; en zo er geen afscheiding is van onszelf door eigen kruisiging, zo is er ook geen wandelen aan de hand van Christus, geen ware vereniging, geen hemelse gemeenschap met Hem; want er kan evenmin deelgenootschap zijn tussen Christus, de ziel en het eigen ik, als er deelgenootschap zijn kan tussen Christus, de ziel en de zonde.
De Heer bewaart de ziel die Hem bemint,
maar Hij verdelgt, die Hij godd’loos bevindt.
Mijn blijde tong zal roemen in de Heer
en alle vlees zal juichen tot Gods eer.
Elks juichend hart zal Uw geducht vermogen,
de grote sterkte van Uw arm verhogen.
Ik zal mijn stem met aller lofzang paren
en overal Uw grootheid openbaren.
Ps. 145:7 en 2b
Aan de lezer…
Waarom, lezer, is uw gebed soms zo krachteloos en de Waarheid zo zonder smaak? Zou het kunnen zijn dat de liefde tot de wereld en haar bekommernissen uw hart gebonden houden, zodat de woorden er wel zijn, maar het hart er geen deel aan heeft? Dit woord is scherp, maar het komt uit de mond van Hem Die belooft: „Ik zal ulieden aannemen.” De Heere roept u niet weg om u arm te laten, maar om u gemeenschap met Hemzelf te schenken.
En de moeilijkste afscheiding is niet die van de wereld rondom ons, maar die van ons eigen ik. Daar schieten wij allen tekort, en daar valt niet over te spotten. Maar de Geest kan doen wat wij niet kunnen: de daden des lichaams doden, opdat het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees geopenbaard wordt. Vraag Hem dan om die genade. Wie zichzelf leert verliezen, vindt bij het kruis en bij de troon de hemelse gemeenschap die de wereld nooit geven kan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen.
2 Korinthe 6:17
Als we verstrikt zijn in de liefde tot de wereld, door wereldse zorgen gebonden en geketend zijn, en de geest van de wereld in onze ziel heerst, dan is elke belijdenis krachteloos, zo niet waardeloos. Wij kunnen de taal van het gebed gebruiken, maar het hart heeft er geen deel aan. Wij kunnen het hoofd omhoog heffen bij de belijdenis van de Waarheid, maar haar kracht en zegen worden niet gekend en niet gevoeld. Om enige gemeenschap met de Heere te genieten, bij het kruis of bij de troon, moeten wij uitgaan uit het midden van die wereld die in vijandschap tegen Hem leeft. Wij moeten ook uit onszelf uitgaan, want ons eigen ik verloochenen, verzaken en verlaten leidt tot de ware grondslag van levende godzaligheid.
Er moet een „doden zijn van de daden des lichaams door de Geest”, een „voortdurende overgave tot de dood, om Jezus’ wil; opdat ook het leven van Jezus geopenbaard worde in ons sterfelijk vlees”. Als er geen afscheiding is van onszelf door de kruisiging van het eigen ik, dan is er ook geen wandelen aan de hand van Christus, geen ware vereniging en geen hemelse gemeenschap met Hem. Want er kan evenmin gemeenschap zijn tussen Christus, de ziel en het eigen ik, als er gemeenschap kan zijn tussen Christus, de ziel en de zonde.
De Heer bewaart de ziel die Hem bemint,
maar Hij verdelgt, die Hij godd’loos bevindt.
Mijn blijde tong zal roemen in de Heer
en alle vlees zal juichen tot Gods eer.
Elks juichend hart zal Uw geducht vermogen,
de grote sterkte van Uw arm verhogen.
Ik zal mijn stem met aller lofzang paren
en overal Uw grootheid openbaren.
Ps. 145:7 en 2b
Aan de lezer…
Waarom is uw gebed soms zo krachteloos en de Waarheid zo zonder smaak? Zou het kunnen zijn dat de liefde tot de wereld en haar zorgen uw hart gebonden houden, zodat de woorden er wel zijn, maar het hart er geen deel aan heeft? Dit woord is scherp, maar het komt uit de mond van Hem Die belooft: „Ik zal ulieden aannemen.” De Heere roept u niet weg om u arm achter te laten, maar om u gemeenschap met Hemzelf te schenken.
En de moeilijkste afscheiding is niet die van de wereld om ons heen, maar die van ons eigen ik. Daar schieten wij allemaal tekort, en daar valt niet mee te spotten. Maar de Geest kan doen wat wij niet kunnen: de daden van het lichaam doden, zodat het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees openbaar wordt. Vraag Hem dan om die genade. Wie zichzelf leert verliezen, vindt bij het kruis en bij de troon de hemelse gemeenschap die de wereld nooit kan geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Come out from among them, and be ye separate, saith the Lord, and touch not the unclean thing; and I will receive you.
2 Corinthians 6:17
If we are entangled in the love of the world, or fast bound and fettered with worldly anxieties, and the spirit of the world is rife in our bosom, all our profession will be vapid, if not worthless. We may use the language of prayer, but the heart is not in earnest; we may still manage to hold our head high in a profession of the truth, but its power and blessedness are neither known nor felt.
To enjoy any measure of communion with the Lord, whether on the cross or on the throne, we must go forth from a world which is at enmity against Him. We must also go forth out of SELF, for to deny it, renounce it, and go forth out of it lies at the very foundation of vital godliness.
There must be “a mortifying, through the Spirit, of the deeds of the body;” a being “always delivered unto death for Jesus’ sake, that the life also of Jesus might be made manifest in our mortal flesh;” and unless there is a going forth out of self by this self-crucifixion, there is no walking hand in hand with Christ, no manifest union, no heavenly communion with Him; for there can no more be a partnership between Christ, the soul, and self than there can be a partnership between Christ, the soul, and sin.
To the reader…
Why is your prayer sometimes so powerless and the truth so tasteless? Could it be that the love of the world and its cares keep your heart bound, so that the words are there, but the heart has no part in them? This word is sharp, but it comes from the mouth of Him Who promises, “I will receive you.” The Lord does not call you away to leave you poor, but to give you fellowship with Himself.
And the hardest separation is not from the world around us, but from our own self. There we all fall short, and that is no light matter. But the Spirit can do what we cannot: put to death the deeds of the body, so that the life of Jesus is made manifest in our mortal flesh. Ask Him, then, for that grace. Whoever learns to lose himself finds at the cross and at the throne the heavenly fellowship the world can never give.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Salid de en medio de ellos, y apartaos, dice el Señor, y no toquéis lo inmundo; y Yo os recibiré.
2 Corintios 6:17
Si estamos enredados en el amor del mundo, o firmemente atados y encadenados por afanes mundanos, y el espíritu del mundo abunda en nuestro pecho, toda nuestra profesión será insípida, si no sin valor. Podemos usar el lenguaje de la oración, pero el corazón no está en ello de veras; podemos todavía arreglárnoslas para mantener la cabeza alta en una profesión de la verdad, pero su poder y su bienaventuranza ni se conocen ni se sienten.
Para gozar de alguna medida de comunión con el Señor, ya sea en la cruz o en el trono, debemos salir de un mundo que está en enemistad contra Él. Debemos también salir del YO, porque negarlo, renunciar a él y salir de él está en el fundamento mismo de la piedad vital.
Ha de haber un “mortificar por el Espíritu las obras de la carne”; un estar “siempre entregados a muerte por Jesús, para que también la vida de Jesús sea manifestada en nuestra carne mortal”; y a menos que haya un salir del yo por esta crucifixión de uno mismo, no hay andar de la mano con Cristo, no hay unión manifiesta, no hay comunión celestial con Él; porque no puede haber sociedad entre Cristo, el alma y el yo, como tampoco puede haber sociedad entre Cristo, el alma y el pecado.
Al lector…
¿Por qué su oración es a veces tan impotente y la verdad tan insípida? ¿Podría ser que el amor del mundo y sus afanes mantengan atado su corazón, de modo que las palabras están ahí, pero el corazón no tiene parte en ellas? Esta palabra es aguda, pero viene de la boca de Aquel que promete: “Yo os recibiré”. El Señor no le llama a apartarse para dejarle pobre, sino para darle comunión consigo mismo.
Y la separación más difícil no es la del mundo que nos rodea, sino la de nuestro propio yo. Ahí todos nos quedamos cortos, y eso no es poca cosa. Pero el Espíritu puede hacer lo que nosotros no podemos: mortificar las obras de la carne, para que la vida de Jesús sea manifestada en nuestra carne mortal. Pídale, pues, esa gracia. Quien aprende a perderse a sí mismo halla en la cruz y en el trono la comunión celestial que el mundo nunca puede dar.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl