Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

13 februari

Het gekrookte riet

Vandaag

2 min. lezen

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.
Jesaja 42:3

Kunnen we een duidelijker beeld van zwakheid vinden dan een rietstengel? Een christen wordt hier niet vergeleken met een eik die zijn wortels diep in de bodem uitspreidt en zijn sterke takken in de lucht uitstrekt, die in duizend stormen overeind blijft en eeuw na eeuw blijft staan. Dat zou een ongepast beeld zijn voor zo’n zwak en teer schepsel als een arme, behoeftige zondaar. Maar wanneer de gezegende Geest een gelijkenis wil gebruiken om heel precies een arme te beschrijven die van genade en van aalmoezen afhankelijk is, neemt Hij dat eenvoudige maar bekende beeld van een rietstengel.

Laten we de punten van overeenkomst eens bekijken. Een rietstengel is armzalig, nederig, veracht, onbekend en ongezien door het oog dat vol bewondering rust op de torenhoge eik of de machtige ceder. Toch heeft hij leven, en dat leven zit diep in de wortel. Maar de bedding waarin die wortel staat, de bodem waarin en waardoor hij gedijt, zich uitbreidt en groeit, is niet de rijke grond van de tuin, maar de modder en het slijk van de sloot. Toch is hij, al staat hij erin begraven en al is hij bedolven onder deze bedding van slijk, waar kou en dood heersen, er naar aard en wezen van afgezonderd. Hij staat in de sloot, maar is niet van de sloot; hij is omringd door het slijk, maar onbesmet door het vuil; hij is altijd in aanraking met de modder, maar schoon tot in de kern, zonder dat ook maar één deeltje modder in zijn levende weefsels doordringt.

Zo is het leven van God in de ziel. Het is omringd door alle modder en slijk van het bederf in de natuur, en toch is het er niet alleen van afgezonderd, maar wordt het er ook niet door besmet. Als de verzoeking het reine, heilige leven van God in de ziel had verstikt, als de zonde het had bedorven, dan zou het al lang, lang geleden lid voor lid zijn afgevallen, zoals bij het aangetaste lichaam van een melaatse.

Lezen: Jesaja 42:1-16

Aan de lezer…

Voelt u zich, lezer, meer een riet dan een eik? Geen stevige wortels, geen sterke takken die duizend stormen doorstaan, maar een arm, zwak, onaanzienlijk stengeltje in de sloot? Dan heeft de Heilige Geest u hier Zelf getekend, en wel met tederheid. Want ook het riet heeft leven, en dat leven zit diep in de wortel.

Misschien kijkt u naar uw hart en ziet u niets dan modder en slijk. Wees daarover eerlijk; zo is het. Maar het leven van God in uw ziel staat daar wel in, maar is er niet van. Het is omringd door het vuil en toch niet besmet. Als de zonde het had kunnen bederven, was het al lang geleden afgestorven. Dat het er nog is, onder alles wat het dreigt te verstikken, is Zijn werk. Wie het geplant heeft, houdt het ook in leven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl