13 juni
Opdat Christus door het geloof in uw harten wone.
Efeze 3:17
De Heere gebood Mozes van het volk olie voor het licht te vorderen, en een kandelaar te maken met zeven lampen, opdat deze te allen tijde met deze olie branden zou om de heilige plaats te verlichten. Zonder twijfel was dit licht een zinnebeeld van de Heilige Geest, maar daar het alleen door Zijn eigen licht is dat de Heere Jezus gekend wordt, mogen wij wel zeggen dat Christus in het hart woont door het geloof. Het geloof geeft Hem een plaats in het hart; Hij woont in het verlicht verstand van Zijn volk door het gezegend licht van Zijn openbaringen.
Hebt gij somtijds geen wonderlijke schoonheid in het Evangelie gezien? Heeft niet van tijd tot tijd een heilig licht geschenen op dat gedeelte van Gods Woord hetgeen van Christus getuigde? Hebt gij niet een zonderlinge heerlijkheid aanschouwd in een vrij Evangelie; een Evangelie dat de zondaar verlost en toch de rechtvaardigheid van God verhoogt en verheerlijkt; een Evangelie dat elke ogenschijnlijk tegen zichzelf strijdende eigenschap overeenbrengt; dat de gerechtigheid en de vrede elkander doet ontmoeten en kussen; dat God rechtvaardig verklaart en toch weer de Rechtvaardigmaker van hem die in Jezus gelooft? Nu, dat licht, waardoor gij de heerlijkheid Gods aanschouwde in het aangezicht van Jezus Christus, was Evangelielicht; en toen Christus kwam in het hart, in de heerlijkheid van dat licht, kon er gezegd worden dat Hij woont in het schijnend licht van Zijn genade.
Gij klaagt wel, en dikwijls moet gij bitter klagen over de donkerheid in uw ziel, en het kan somtijds wel zo schijnen alsof er nooit een straaltje waar licht in uw ziel geschenen heeft; doch hebt gij wel zorgvuldig acht gegeven op deze twee zaken? Ten eerste, dat het waarnemen der duisternis niet anders kan geschieden dan door de aanwezigheid van het licht. Daarom zegt de apostel: „Maar al deze dingen van het licht bestraft zijnde, worden openbaar; want al wat openbaar maakt, is licht” (Efeze 5:13). Pas deze woorden toe op uw geval.
Is er niet iets in u dat de duisternis ontdekt, en niet alleen ontdekt, maar veroordeelt en deze openbaar maakt als iets dat gelaakt moet worden? Dit verborgen iets is licht; want al wat openbaar maakt, is licht. En wanneer gij het niet alleen waarneemt, maar eronder rouwklaagt, dan is dit door het licht des levens, hetwelk de Heere beloofd heeft te zullen geven aan degenen die Hem volgen.
Doch merk ten tweede op dat, wanneer er een weinig licht in uw ziel daalt, gij in dat licht wederom dezelfde genade en heerlijkheid in Christus ziet die gij tevoren in Hem zaagt. Nu, dit is een bewijs dat Christus door het geloof in het hart woont, en dat het licht waarin wij Hem zien, het licht is waardoor Hij ons verstand verlicht heeft, en dat Hij er Zelf in woont.
Aan de lezer…
Herkent u dit? U klaagt dikwijls bitter over de duisternis in uw ziel, en het schijnt soms alsof er nooit een straaltje waar licht in u geschenen heeft. Let dan op wat ik hier zeg, want het is een vriendelijk woord voor bestreden zielen. Duisternis kan alleen waargenomen worden door licht. Is er iets in u dat uw duisternis ontdekt, haar veroordeelt en eronder rouwklaagt? Dat verborgen iets is licht, „want al wat openbaar maakt, is licht”.
En denk eens terug: hebt u nooit een wonderlijke schoonheid in het Evangelie gezien, in een God Die rechtvaardig is en toch de Rechtvaardigmaker van hem die in Jezus gelooft? Valt er dan weer een weinig licht in uw ziel, en ziet u in Christus dezelfde genade en heerlijkheid als tevoren, dan is dat een bewijs dat Hij door het geloof in uw hart woont. Hij verlaat de plaats niet die Hij Zelf verlicht heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat Christus door het geloof in uw harten wone.
Efeze 3:17
De Heere gebood Mozes om van het volk olie voor het licht te vragen en een kandelaar met zeven lampen te maken, zodat die altijd met deze olie zou branden om de heilige plaats te verlichten. Ongetwijfeld was dit licht een beeld van de Heilige Geest. Maar omdat de Heere Jezus alleen door Zijn eigen licht gekend wordt, mogen wij wel zeggen dat Christus door het geloof in het hart woont. Het geloof geeft Hem een plaats in het hart; Hij woont in het verlichte verstand van Zijn volk door het gezegende licht van Zijn openbaringen.
Hebt u soms niet een wonderlijke schoonheid in het Evangelie gezien? Heeft er niet van tijd tot tijd een heilig licht geschenen op dat gedeelte van Gods Woord dat van Christus getuigde? Hebt u niet een bijzondere heerlijkheid gezien in een vrij Evangelie? Een Evangelie dat de zondaar verlost en toch de rechtvaardigheid van God verhoogt en verheerlijkt; een Evangelie dat alle eigenschappen die met elkaar in strijd lijken, met elkaar verzoent; dat de gerechtigheid en de vrede elkaar laat ontmoeten en kussen; dat God rechtvaardig verklaart en Hem toch tegelijk de Rechtvaardigmaker noemt van hem die in Jezus gelooft? Dat licht waarin u de heerlijkheid van God zag in het aangezicht van Jezus Christus, was het licht van het Evangelie. En toen Christus in de heerlijkheid van dat licht in het hart kwam, kon er gezegd worden dat Hij woont in het stralende licht van Zijn genade.
U klaagt wel, en vaak moet u bitter klagen over de duisternis in uw ziel. Het kan soms zelfs lijken alsof er nooit een straaltje waar licht in uw ziel geschenen heeft. Maar hebt u wel zorgvuldig gelet op deze twee zaken? Ten eerste: duisternis kan alleen worden waargenomen doordat er licht aanwezig is. Daarom zegt de apostel: „Maar al deze dingen van het licht bestraft zijnde, worden openbaar; want al wat openbaar maakt, is licht” (Efeze 5:13). Pas deze woorden toe op uw eigen situatie.
Is er niet iets in u dat de duisternis ontdekt, en haar niet alleen ontdekt, maar ook veroordeelt en openbaar maakt als iets wat afgekeurd moet worden? Dat verborgen iets is licht, want al wat openbaar maakt, is licht. En wanneer u de duisternis niet alleen waarneemt, maar er ook onder treurt, dan komt dat door het licht des levens, dat de Heere beloofd heeft te geven aan wie Hem volgen.
Let ten tweede op het volgende. Wanneer er een beetje licht in uw ziel komt, ziet u in dat licht opnieuw dezelfde genade en heerlijkheid in Christus die u eerder in Hem zag. Dat is een bewijs dat Christus door het geloof in het hart woont, en dat het licht waarin wij Hem zien, het licht is waardoor Hij ons verstand verlicht heeft, en dat Hij er Zelf in woont.
Aan de lezer…
Herkent u dit? U klaagt vaak bitter over de duisternis in uw ziel, en het lijkt soms alsof er nooit een straaltje waar licht in u geschenen heeft. Let dan op wat ik hier zeg, want het is een vriendelijk woord voor bestreden zielen. Duisternis kan alleen door licht worden waargenomen. Is er iets in u dat uw duisternis ontdekt, haar veroordeelt en eronder treurt? Dat verborgen iets is licht, „want al wat openbaar maakt, is licht”.
En denk eens terug: hebt u nooit een wonderlijke schoonheid in het Evangelie gezien, in een God Die rechtvaardig is en toch de Rechtvaardigmaker van hem die in Jezus gelooft? Valt er dan weer een beetje licht in uw ziel, en ziet u in Christus dezelfde genade en heerlijkheid als eerder, dan is dat een bewijs dat Hij door het geloof in uw hart woont. Hij verlaat de plaats niet die Hij Zelf verlicht heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
That Christ may dwell in your hearts by faith.
Ephesians 3:17
God bade Moses receive from the people oil for the light, and to set up a candlestick with seven lamps, ever burning with this oil, to illuminate the holy place. This light was typical, no doubt, of the Holy Spirit, but as it is only by His own gracious light that the Lord Jesus is made known, we may still say, that as Christ dwells in the heart by faith, faith giving Him a place in the bosom, He dwells in the enlightened understanding of His saints, in the gracious light of His own manifestations.
Have you not seen at times wondrous beauty in the gospel? Has not a sacred light shone, from time to time, upon the holy page, when it testified of Christ? Have you not seen wondrous glory in a free gospel, a gospel that saves the sinner, and yet magnifies and glorifies the justice of God; a gospel that reconciles every apparently jarring attribute, brings justice and mercy to kiss each other, and makes God to be just, and yet the justifier of him who believes in Jesus? Now that light whereby you saw the glory of God in the face of Jesus Christ, was gospel light; and as Christ came into the heart in the glory of that light, He may be said to dwell in the shining light of His own grace.
You may complain, and often bitterly complain, of the darkness of your mind, and it may seem at times as if you never had any true light to shine into your soul. But I would have you carefully observe these two things; first, that the very cause of the darkness which you feel is the presence of light. The Apostle, therefore, says, “But all things that are reproved, (margin, ‘discovered,’) are made manifest by the light, for whatever does make manifest is light” (Eph. 5:13).
Apply these words to your case. Is there not something in you that discovers to you your darkness, and not only discovers, but reproves it, and makes it manifest as a thing to be condemned? This secret something is light, for “whatever does make manifest is light.” And as you not only see it, but feel and mourn under it, it is “the light of life” which the Lord promised to those who follow Him.
But observe, secondly, that whenever a little light dawns in again upon your soul, in that light you again see the same grace and glory in Christ which you saw in Him before. Now, what a proof this is that Christ dwells in the heart by faith, and that the light in which we see Him, is the light with which He has enlightened our understanding, and Himself dwells in it.
To the reader…
Do you recognise this? You often complain bitterly of the darkness in your soul, and it sometimes seems as if not one ray of true light has ever shone in you. Then mark what is said here, for it is a kind word for tried souls. Darkness can only be perceived by light. Is there something in you that discovers your darkness, condemns it and mourns under it? That secret something is light, “for whatsoever doth make manifest is light.”
And think back: have you never seen a wondrous beauty in the gospel, in a God Who is just and yet the Justifier of him which believeth in Jesus? If a little light then falls into your soul again, and you see in Christ the same grace and glory as before, that is a proof that He dwells in your heart by faith. He does not forsake the place that He Himself has enlightened.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Que habite Cristo por la fe en vuestros corazones.
Efesios 3:17
Dios mandó a Moisés recibir del pueblo aceite para la luminaria, y poner un candelero con siete lámparas, que ardiesen siempre con este aceite, para alumbrar el lugar santo. Esta luz era figura, sin duda, del Espíritu Santo; pero como solo por Su propia luz llena de gracia es dado a conocer el Señor Jesús, aún podemos decir que, así como Cristo habita en el corazón por la fe, dándole la fe un lugar en el pecho, Él habita en el entendimiento iluminado de Sus santos, en la luz llena de gracia de Sus propias manifestaciones.
¿No ha visto usted a veces una belleza maravillosa en el evangelio? ¿No ha brillado, de vez en cuando, una luz sagrada sobre la página santa cuando daba testimonio de Cristo? ¿No ha visto una gloria maravillosa en un evangelio gratuito, un evangelio que salva al pecador y que, sin embargo, engrandece y glorifica la justicia de Dios; un evangelio que reconcilia todos los atributos que en apariencia chocan entre sí, hace que la justicia y la misericordia se besen, y hace que Dios sea justo y, sin embargo, el que justifica al que es de la fe de Jesús? Ahora bien, aquella luz por la cual usted vio la gloria de Dios en la faz de Jesucristo era luz del evangelio; y como Cristo entró en el corazón en la gloria de esa luz, puede decirse que habita en la luz resplandeciente de Su propia gracia.
Usted puede quejarse, y a menudo quejarse amargamente, de la oscuridad de su mente, y a veces puede parecerle que nunca tuvo ninguna luz verdadera que brillara en su alma. Pero quisiera que observara con cuidado estas dos cosas: primero, que la causa misma de la oscuridad que usted siente es la presencia de la luz. Por eso dice el apóstol: “Mas todas las cosas cuando son redargüidas (al margen: ‘descubiertas’), son manifestadas por la luz; porque lo que manifiesta todo, la luz es” (Ef. 5:13).
Aplique estas palabras a su caso. ¿No hay algo en usted que le descubre su oscuridad, y no solo la descubre, sino que la redarguye y la pone de manifiesto como algo que debe ser condenado? Ese algo secreto es luz, porque “lo que manifiesta todo, la luz es”. Y como usted no solo la ve, sino que la siente y gime bajo ella, es “la lumbre de la vida” que el Señor prometió a los que Le siguen.
Pero observe, en segundo lugar, que siempre que un poco de luz vuelve a amanecer en su alma, en esa luz ve de nuevo en Cristo la misma gracia y gloria que vio en Él antes. Ahora bien, ¡qué prueba es esta de que Cristo habita en el corazón por la fe, y de que la luz en que Le vemos es la luz con que Él ha iluminado nuestro entendimiento, y en la cual Él mismo habita!
Al lector…
¿Reconoce usted esto? A menudo se queja amargamente de la oscuridad de su alma, y a veces le parece que ni un solo rayo de luz verdadera ha brillado jamás en usted. Entonces fíjese en lo que aquí se dice, porque es una palabra amable para las almas probadas. La oscuridad solo puede percibirse por la luz. ¿Hay algo en usted que descubre su oscuridad, la condena y gime bajo ella? Ese algo secreto es luz, “porque lo que manifiesta todo, la luz es”.
Y haga memoria: ¿nunca ha visto una belleza maravillosa en el evangelio, en un Dios que es justo y, sin embargo, el que justifica al que es de la fe de Jesús? Si entonces un poco de luz vuelve a caer en su alma, y ve en Cristo la misma gracia y gloria que antes, eso es una prueba de que Él habita en su corazón por la fe. Él no abandona el lugar que Él mismo ha iluminado.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl