11 december
Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u ruste geven.
Mattheüs 11:28
Wanneer wij rusten, vinden wij verlichting voor onze vermoeide leden. Zo ook in het geestelijke. Wanneer de ziel tot Jezus komt, geeft Hij rust en ontheffing van haar last, zowel als bevrijding van angst en een ophouden van de arbeid die haar kwelt en verscheurt. Hij belooft dit te geven: „Komt tot Mij, en Ik” — wie anders kan dat doen? Niemand, noch in de hemel, noch op de aarde. „Komt tot Mij allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”
Hoe? Door aan de ziel uit Zijn oneindige volheid mede te delen; door Zijn verzoenend bloed op haar geweten te sprengen; door Zijn stervende liefde in haar hart uit te storten en de ziel in staat te stellen in Zijn naam te geloven en Zijn Persoon aan te hangen. Hierin is rust — niets anders zal, niets anders kan die geven. Andere middelen zullen ons toch ten slotte onder de toorn Gods laten. Maar hij die tot Jezus komt, en op Jezus, op Zijn volbracht werk en Zijn stervende liefde steunt, zal rust vinden hier en hiernamaals.
Is ons arme hart niet dikwijls rusteloos, beangst en twijfelmoedig onder duizend bekommernissen, smartelijke beproevingen en pijnlijke bezoekingen? Maken deze alle uw geest niet afgemat en rusteloos? Er kan niets anders zijn dan rusteloosheid, zolang wij in die kring der zonde en in onszelf rondgaan. Maar wanneer wij door het allerkostelijkst geloof onze eigengerechtigheid, onze eigen kracht, onze eigen wijsheid en onze eigen waarde afleggen; wanneer wij ertoe komen om te geloven in, te steunen op en te kleven aan de Persoon, het bloed en het werk van de eengeboren Zoon Gods, zodat wij enigermate Zijn dierbaarheid in ons hart gevoelen — dan is er rust. En deze blijvende rust zal uitlopen op eeuwige zaligheid en heerlijkheid, wanneer de ziel Hem zien zal van aangezicht tot aangezicht, Die zij op aarde heeft gekend, op Wie zij heeft gestaard, in Wie zij heeft geloofd en Die zij op aarde heeft liefgehad.
Dan ga ik op tot Gods altaren,
tot God, mijn God, de bron van vreugd;
dan zal ik juichend stem en snaren
ten roem van zijne goedheid paren,
die na kortstondig ongeneugt
mij eindeloos verheugt.
Psalm 43:4
Aan de lezer…
Misschien is uw hart vandaag rusteloos, beangst en twijfelmoedig onder bekommernissen die u aan niemand kunt vertellen. Hebt u rust gezocht in uw eigen wijsheid, uw eigen kracht, uw eigen waarde, en bent u steeds weer in dezelfde kring rondgegaan, vermoeider dan tevoren? Hoor dan wie hier spreekt: „Komt tot Mij, en Ik zal u ruste geven.” Niemand in de hemel of op de aarde kan dat beloven dan Hij alleen.
Hij vraagt niet dat u eerst sterker wordt; Hij roept juist de vermoeiden en belasten. Leg dan af wat u van uzelf meende te hebben, en zie op Zijn Persoon, Zijn bloed en Zijn volbracht werk. Al voelt u nog maar enigermate Zijn dierbaarheid, daar begint de rust die eens uitloopt op het zien van Hem van aangezicht tot aangezicht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u ruste geven.
Mattheüs 11:28
Wanneer wij rusten, vinden wij verlichting voor onze vermoeide leden. Zo is het ook in het geestelijke. Wanneer de ziel tot Jezus komt, geeft Hij haar rust en verlichting van haar last, en ook bevrijding van angst en een einde aan de arbeid die haar kwelt en verscheurt. Hij belooft dit te geven: „Komt tot Mij, en Ik” — wie anders kan dat doen? Niemand, niet in de hemel en niet op de aarde. „Komt tot Mij allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”
Hoe doet Hij dat? Door de ziel uit Zijn oneindige volheid mee te delen; door Zijn verzoenend bloed op haar geweten te sprenkelen; door Zijn stervende liefde in haar hart uit te storten en de ziel in staat te stellen in Zijn Naam te geloven en Zijn Persoon aan te hangen. Daarin is rust; niets anders zal en niets anders kan die geven. Andere middelen zullen ons uiteindelijk toch onder de toorn van God laten. Maar wie tot Jezus komt en op Jezus steunt, op Zijn volbrachte werk en Zijn stervende liefde, zal rust vinden, hier en hiernamaals.
Is ons arme hart niet vaak rusteloos, angstig en twijfelmoedig onder duizend zorgen, smartelijke beproevingen en pijnlijke bezoekingen? Maken al die dingen uw geest niet uitgeput en rusteloos? Er kan niets anders zijn dan rusteloosheid zolang wij in die kring van de zonde en in onszelf ronddraaien. Maar er is rust wanneer wij door het allerkostelijkste geloof onze eigengerechtigheid, onze eigen kracht, onze eigen wijsheid en onze eigen waarde afleggen. Er is rust wanneer wij gaan geloven in, steunen op en ons vastklemmen aan de Persoon, het bloed en het werk van de eniggeboren Zoon van God, zodat wij in enige mate Zijn dierbaarheid in ons hart voelen. En deze blijvende rust zal uitlopen op eeuwige zaligheid en heerlijkheid, wanneer de ziel Hem van aangezicht tot aangezicht zal zien, Die zij op aarde heeft gekend, op Wie zij haar ogen heeft gericht, in Wie zij heeft geloofd en Die zij op aarde heeft liefgehad.
Dan ga ik op tot Gods altaren,
tot God, mijn God, de bron van vreugd;
dan zal ik juichend stem en snaren
ten roem van zijne goedheid paren,
die na kortstondig ongeneugt
mij eindeloos verheugt.
Psalm 43:4
Aan de lezer…
Misschien is uw hart vandaag rusteloos, angstig en twijfelmoedig onder zorgen die u aan niemand kunt vertellen. Hebt u rust gezocht in uw eigen wijsheid, uw eigen kracht en uw eigen waarde, en bent u steeds weer in dezelfde kring rondgegaan, vermoeider dan tevoren? Hoor dan wie hier spreekt: „Komt tot Mij, en Ik zal u ruste geven.” Niemand in de hemel of op de aarde kan dat beloven dan Hij alleen.
Hij vraagt niet dat u eerst sterker wordt; Hij roept juist de vermoeiden en belasten. Leg dan af wat u meende van uzelf te hebben, en zie op Zijn Persoon, Zijn bloed en Zijn volbrachte werk. Al voelt u nog maar in enige mate Zijn dierbaarheid, daar begint de rust die eens uitloopt op het zien van Hem van aangezicht tot aangezicht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Come unto me, all ye that labour and are heavy laden, and I will give you rest.
Matthew 11:28
When we rest, we find relief for our weary limbs. So spiritually. When the soul comes to Jesus, He gives it rest and relief from its burdens; as well as deliverance from anxiety, and cessation from the labor that distresses and distracts it. He promises to give this—“Come unto Me, and I”—who else can do it? None, either in heaven or earth—“Come unto Me, all you that labor and are heavy laden, and I will give you rest.” How?
By communicating to the soul out of His infinite fullness, by sprinkling upon the conscience His atoning blood, by shedding abroad in the heart His dying love, and enabling the soul to believe on His Name, and cling to His Person. In this there is rest—nothing else will do it—nothing else will give it. Other remedies will leave us at last under the wrath of God. But he that comes to and leans upon Jesus, His finished work, His dying love, will have rest here and heaven hereafter.
Are not our poor minds often restless, often anxious, and pensive, because of a thousand doubts, perplexities, painful trials, and grievous afflictions—do they not all make your spirit weary and restless within you? There never can be anything but restlessness while we move round this circle of sin and self. But when by precious faith we come out of our own righteousness, our own strength, our own wisdom, our own worthiness; come to, believe in, hang upon, and cleave unto the Person, blood, and work of the only-begotten Son of God, so as to feel a measure of His preciousness in our hearts—then there is rest.
This is solid, this is abiding, this is not delusive; this will never leave the soul deceived with false hopes. No, it will end in eternal bliss and glory—in the open vision of eternal love—in seeing Him face to face Whom the soul has known, looked to, believed in, and loved upon earth.
To the reader…
Perhaps your heart is restless today, anxious and doubtful under cares you can tell no one about. Have you sought rest in your own wisdom, your own strength and your own worthiness, and gone round and round the same circle again and again, wearier than before? Then hear Who is speaking here: “Come unto Me, and I will give you rest.” No one in heaven or on earth can promise that but He alone.
He does not ask you to become stronger first; it is the weary and heavy laden that He calls. Lay aside, then, what you thought you had of yourself, and look to His Person, His blood and His finished work. Even if you feel His preciousness only in some measure, there the rest begins that will one day end in seeing Him face to face.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Venid a Mí todos los que estáis trabajados y cargados, que Yo os haré descansar.
Mateo 11:28
Cuando descansamos, hallamos alivio para nuestros miembros cansados. Así también espiritualmente. Cuando el alma viene a Jesús, Él le da descanso y alivio de sus cargas, así como liberación de la ansiedad y cese del trabajo que la aflige y la distrae. Él promete darlo: “Venid a Mí, que Yo…”; ¿quién más puede hacerlo? Nadie, ni en el cielo ni en la tierra. “Venid a Mí todos los que estáis trabajados y cargados, que Yo os haré descansar”. ¿Cómo?
Comunicando al alma de Su infinita plenitud, rociando sobre la conciencia Su sangre expiatoria, derramando en el corazón Su amor moribundo, y capacitando al alma para creer en Su Nombre y aferrarse a Su Persona. En esto hay descanso; ninguna otra cosa lo hará, ninguna otra cosa lo dará. Otros remedios nos dejarán al final bajo la ira de Dios. Pero el que viene a Jesús y se apoya en Él, en Su obra consumada, en Su amor moribundo, tendrá descanso aquí y el cielo después.
¿No están a menudo inquietas nuestras pobres mentes, a menudo ansiosas y pensativas, a causa de mil dudas, perplejidades, pruebas dolorosas y aflicciones penosas? ¿No hacen todas ellas que su espíritu esté cansado e inquieto dentro de usted? Nunca puede haber otra cosa que inquietud mientras giramos en este círculo del pecado y del yo. Pero cuando por la preciosa fe salimos de nuestra propia justicia, de nuestra propia fuerza, de nuestra propia sabiduría, de nuestro propio mérito; cuando venimos a la Persona, la sangre y la obra del unigénito Hijo de Dios, creemos en ellas, pendemos de ellas y nos aferramos a ellas, de modo que sentimos en nuestro corazón una medida de Su preciosidad, entonces hay descanso.
Esto es sólido, esto es duradero, esto no es engañoso; esto nunca dejará al alma engañada con falsas esperanzas. No, terminará en dicha y gloria eternas, en la visión abierta del amor eterno, en ver cara a cara a Aquel a quien el alma ha conocido, a quien ha mirado, en quien ha creído y a quien ha amado sobre la tierra.
Al lector…
Quizá su corazón está hoy inquieto, ansioso y lleno de dudas bajo cuidados que no puede contar a nadie. ¿Ha buscado descanso en su propia sabiduría, su propia fuerza y su propio mérito, y ha dado vueltas una y otra vez en el mismo círculo, más cansado que antes? Entonces escuche Quién habla aquí: “Venid a Mí, que Yo os haré descansar”. Nadie en el cielo ni en la tierra puede prometer eso, sino solo Él.
Él no le pide que primero se haga más fuerte; son los trabajados y cargados a quienes llama. Deje, pues, lo que pensaba tener de sí mismo, y mire a Su Persona, Su sangre y Su obra consumada. Aunque sienta Su preciosidad solo en alguna medida, allí comienza el descanso que un día terminará en verle cara a cara.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl