10 september
Maar in alle deze zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.
Romeinen 8:37
Degenen die niets kennen van hun eigen hart, van hun eigen zwakheden, van hun eigen broosheid, van hun eigen in- of uitwendige afwijkingen en afkerigheden, weten niets van het geheim der overvloedige genade, niets van het geheim van het verzoenend bloed, niets van het inwendig getuigenis des Geestes. Zij kunnen dit niet weten. Want naar de verhouding dat wij zijn ontledigd van onszelf in al haar verschillende vormen, worden wij vervuld uit de volheid van Hem, Die alles in allen is.
Nu, misschien is het (ik spreek persoonlijk tot een arm, beproefd kind van God) uw dagelijkse smart, uw gedurige onrust, dat gij zo spoedig overwonnen zijt, dat uw gesteldheid, uw begeerten, uw hoogmoed, uw wereldsgezindheid, uw vleselijk, verdorven hart onophoudelijk de overhand hebben. En daaruit trekt gij soms bittere gevolgtrekkingen. Gij overlegt in het diepst van uw ziel: „Kan ik een kind van God zijn en aldus gesteld? Wat bewijs of merkteken heb ik dat ik in de gunst van God verkeer, daar ik zo gemakkelijk, zo voortdurend overwonnen word?” Nu, ik verzoek u op het einde te letten. Wat zijn de gevolgen van deze nederlagen? Let erop, en het is een vaste waarheid, en één die wij zeer moeilijk leren, dat wij moeten overwonnen worden om te kunnen overwinnen.
Wij hebben geen uitrusting met een zekere sterkte, waaraan dagelijks wordt toegevoegd en die wekelijks vermeerdert, zó dat wij op deze wijze de overwinning zouden behalen door onze eigen overleggingen, door onze eigen sterkte. Zulk een voorgewende heiligheid moge zich vertonen met een Evangeliekleedje, moge een schone vertoning maken, doch dit verbergt maar de verrotheid van het vlees. Doch let erop dat wij, om de overwinning te behalen, onze zwakheid moeten kennen, en deze kunnen wij slechts kennen door deze bevindelijk te ervaren in onze consciëntie. Wij kunnen dit niet van anderen leren; wij moeten dit leren in onze eigen ziel, en dat dikwijls op een smartelijke wijze.
Maar deze smartelijke waarneming in een tedere consciëntie leidt een mens nederig, meer gelovig tot de Heere des levens en der heerlijkheid, om uit Zijn volheid bediend te mogen worden. Dus elke nederlaag leidt tot en verzekert ons op het eind van de overwinning. De apostel zegt: „In alle deze zijn wij meer dan overwinnaars.” Hoe? Door onze besluiten, door onze wijsheid? Neen, door Hem, Die ons heeft liefgehad. Er is dus geen andere weg om te overwinnen dan door de kracht die Jezus in onze zwakheid volbrengt.
Aan de lezer…
Arm, beproefd kind van God, is het uw dagelijkse smart dat u zo spoedig overwonnen wordt? Zegt u in het diepst van uw ziel: „Kan ik een kind van God zijn en aldus gesteld?” Trek daaruit geen bittere gevolgtrekking. Het is een vaste waarheid, die wij zeer moeilijk leren, dat wij moeten overwonnen worden om te kunnen overwinnen. Wie zijn eigen hart en broosheid niet kent, weet ook niets van het geheim der overvloedige genade.
Geen voorgewende heiligheid en geen eigen sterkte zullen u ooit staande houden; maar elke nederlaag die u ontledigt, drijft u nederiger en geloviger tot de Heere des levens, om uit Zijn volheid bediend te worden. Zie dan niet op uw besluiten of uw wijsheid. In alle deze bent u meer dan overwinnaar, niet door uzelf, maar door Hem, Die u liefgehad heeft, en Wiens kracht in uw zwakheid wordt volbracht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar in alle deze zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.
Romeinen 8:37
Wie niets kent van zijn eigen hart, van zijn eigen zwakheden, van zijn eigen broosheid, van zijn eigen inwendige of uitwendige afwijkingen en afkerigheden, weet niets van het geheim van de overvloedige genade. Hij weet niets van het geheim van het verzoenend bloed en niets van het inwendig getuigenis van de Geest. Hij kan dat ook niet weten. Want in dezelfde mate als wij van onszelf ontledigd worden, in al de verschillende vormen daarvan, worden wij vervuld uit de volheid van Hem, Die alles in allen is.
Misschien is het (ik spreek persoonlijk tot een arm, beproefd kind van God) uw dagelijkse smart en uw voortdurende onrust dat u zo snel overwonnen wordt. Uw gesteldheid, uw begeerten, uw hoogmoed, uw wereldsgezindheid, uw vleselijk, verdorven hart krijgen steeds weer de overhand. En daaruit trekt u soms bittere conclusies. U overlegt in het diepst van uw ziel: „Kan ik een kind van God zijn en aldus gesteld? Wat bewijs of merkteken heb ik dat ik in de gunst van God verkeer, daar ik zo gemakkelijk, zo voortdurend overwonnen word?” Ik vraag u nu om op het einde te letten. Wat zijn de gevolgen van deze nederlagen? Let erop, want het is een vaste waarheid, en een die wij heel moeilijk leren: wij moeten overwonnen worden om te kunnen overwinnen.
Wij hebben geen uitrusting met een bepaalde kracht, waaraan dagelijks iets wordt toegevoegd en die wekelijks groeit, zodat wij op die manier de overwinning zouden behalen door ons eigen overleggen en onze eigen kracht. Zo’n voorgewende heiligheid mag zich vertonen in een evangelisch kleedje en mag mooi ogen, maar zij verbergt slechts de verrotheid van het vlees. Let er echter op dat wij, om de overwinning te behalen, onze zwakheid moeten kennen. En die kunnen wij alleen kennen door haar bevindelijk te ervaren in ons geweten. Wij kunnen dat niet van anderen leren; wij moeten het leren in onze eigen ziel, en dat vaak op een smartelijke manier.
Maar dit smartelijk besef in een teder geweten leidt een mens nederig en geloviger naar de Heere van het leven en de heerlijkheid, om uit Zijn volheid bediend te worden. Zo leidt elke nederlaag ten slotte tot de overwinning en verzekert ons daarvan. De apostel zegt: „In alle deze zijn wij meer dan overwinnaars.” Hoe? Door onze besluiten, door onze wijsheid? Nee, door Hem, Die ons heeft liefgehad. Er is dus geen andere weg om te overwinnen dan door de kracht die Jezus in onze zwakheid volbrengt.
Aan de lezer…
Arm, beproefd kind van God, is het uw dagelijkse smart dat u zo snel overwonnen wordt? Zegt u in het diepst van uw ziel: „Kan ik een kind van God zijn als het zo met mij gesteld is?” Trek daaruit geen bittere conclusie. Het is een vaste waarheid, die wij heel moeilijk leren, dat wij overwonnen moeten worden om te kunnen overwinnen. Wie zijn eigen hart en broosheid niet kent, weet ook niets van het geheim van de overvloedige genade.
Geen voorgewende heiligheid en geen eigen kracht zullen u ooit staande houden. Maar elke nederlaag die u ontledigt, drijft u nederiger en geloviger naar de Heere van het leven, om uit Zijn volheid bediend te worden. Zie dan niet op uw besluiten of uw wijsheid. In alle deze bent u meer dan overwinnaar, niet door uzelf, maar door Hem, Die u liefgehad heeft, en Wiens kracht in uw zwakheid volbracht wordt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In all these things we are more than conquerors through Him that loved us.
Romans 8:37
Those who know nothing of their own heart, of their own infirmities, of their own frailties, of their own inward or outward slips and backslidings, know nothing of the secret of super-abounding grace, nothing of the secret of atoning blood, nothing of the secret of the Spirit’s inward testimony. They cannot. Only in proportion as we are emptied of self in all its various forms, are we filled out of the fullness of Him Who fills all in all.
Now you, perhaps, (I address myself personally to some poor, tempted child of God, that in touching one, I may touch others,) are a poor, tempted creature; and your daily sorrow, your continual trouble is, that you are so soon overcome; that your temper, your lusts, your pride, your worldliness, your carnal, corrupt heart are perpetually getting the mastery. And from this you sometimes draw bitter conclusions. You say, in the depth of your heart, “Can I be a child of God, and be thus? What mark and testimony have I of being in favor with God when I am so easily, so continually overcome?”
Now I want you to look to the end. What is the issue of these defeats? Remember, it is a solemn truth, and one that we learn very slowly—that we must be overcome in order to overcome. There is no setting out with a stock of strength, daily adding to it, weekly increasing it, and then gaining the victory by our own resolutions, our own innate strength. Such sham holiness may come under a gospel garb, may wear a fair appearance; but it only more hides the rottenness of the flesh.
Then, remember this—that in order to gain the victory, we must know our weakness; and we can only know our weakness by its being experimentally opened up in our consciences. We cannot learn it from others; we must learn it in our own souls; and that often in a very painful manner. But these painful sensations in a tender conscience lead a man more humbly, more feelingly, more believingly to the Lord of life and glory, to receive out of His fullness. Thus every defeat only leads to and ensures victory at the last. Says the Apostle, “In all these things we are more than conquerors.” How? Through our resolutions, through our wisdom? No; “through Him that loved us.” There is no other way, then, to overcome, but by the “strength of Jesus made perfect in our weakness.”
To the reader…
Poor, tried child of God, is it your daily sorrow that you are so soon overcome? Do you say in the depth of your soul, “Can I be a child of God, when it is like this with me?” Do not draw a bitter conclusion from it. It is a settled truth, which we learn very slowly, that we must be overcome in order to overcome. Whoever does not know his own heart and frailty knows nothing of the secret of super-abounding grace either.
No sham holiness and no strength of your own will ever keep you standing. But every defeat that empties you drives you more humbly and more believingly to the Lord of life, to be served out of His fullness. So do not look to your resolutions or your wisdom. In all these things you are more than a conqueror, not through yourself, but through Him Who loved you, and Whose strength is made perfect in your weakness.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Antes, en todas estas cosas hacemos más que vencer por medio de Aquel que nos amó.
Romanos 8:37
Los que nada saben de su propio corazón, de sus propias debilidades, de sus propias flaquezas, de sus propios deslices y apartamientos interiores o exteriores, nada saben del secreto de la gracia sobreabundante, nada del secreto de la sangre expiatoria, nada del secreto del testimonio interior del Espíritu. No pueden saberlo. Solo en la medida en que somos vaciados del yo en todas sus diversas formas, somos llenados de la plenitud de Aquel que lo llena todo en todo.
Ahora bien, usted quizá (me dirijo personalmente a algún pobre y tentado hijo de Dios, para que, tocando a uno, toque a otros) es una pobre criatura tentada; y su dolor diario, su continua aflicción, es que tan pronto es vencido; que su genio, sus concupiscencias, su orgullo, su mundanalidad, su corazón carnal y corrompido están continuamente imponiéndose. Y de esto saca usted a veces conclusiones amargas. Dice en lo profundo de su corazón: “¿Puedo yo ser hijo de Dios, y ser así? ¿Qué señal y testimonio tengo de estar en el favor de Dios, cuando soy vencido tan fácilmente y tan continuamente?”
Ahora quiero que mire usted al fin. ¿Cuál es el resultado de estas derrotas? Recuerde que es una verdad solemne, y una que aprendemos muy lentamente, que tenemos que ser vencidos para poder vencer. No se trata de partir con una provisión de fuerza, añadiéndole cada día, aumentándola cada semana, y ganando luego la victoria por nuestras propias resoluciones, por nuestra propia fuerza innata. Tal santidad fingida puede venir con ropaje evangélico, puede tener una apariencia hermosa; pero no hace más que ocultar mejor la podredumbre de la carne.
Recuerde, pues, esto: que para ganar la victoria tenemos que conocer nuestra debilidad; y solo podemos conocer nuestra debilidad cuando nos es abierta experimentalmente en la conciencia. No podemos aprenderla de otros; tenemos que aprenderla en nuestra propia alma, y eso a menudo de manera muy dolorosa. Pero estas sensaciones dolorosas en una conciencia tierna llevan al hombre más humilde, más sentida y más creyentemente al Señor de la vida y de la gloria, para recibir de Su plenitud. Así, cada derrota solo conduce a la victoria al final y la asegura. Dice el Apóstol: “En todas estas cosas hacemos más que vencer”. ¿Cómo? ¿Por nuestras resoluciones, por nuestra sabiduría? No; “por medio de Aquel que nos amó”. No hay, pues, otro modo de vencer sino por “la potencia de Jesús, que se perfecciona en nuestra flaqueza”.
Al lector…
Pobre y probado hijo de Dios, ¿es su dolor diario que tan pronto es vencido? ¿Dice usted en lo profundo de su alma: “¿Puedo yo ser hijo de Dios, cuando me pasa esto?” No saque de ello una conclusión amarga. Es una verdad firme, que aprendemos muy lentamente, que tenemos que ser vencidos para poder vencer. Quien no conoce su propio corazón y su flaqueza tampoco sabe nada del secreto de la gracia sobreabundante.
Ninguna santidad fingida y ninguna fuerza propia le mantendrán jamás en pie. Pero cada derrota que le vacía le empuja más humilde y más creyentemente al Señor de la vida, para ser servido de Su plenitud. No mire, pues, a sus resoluciones ni a su sabiduría. En todas estas cosas usted hace más que vencer, no por sí mismo, sino por medio de Aquel que le amó, y cuya potencia se perfecciona en su flaqueza.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl