Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

10 augustus

Vandaag

3 min. lezen

Maar de engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet, want ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was.
Mattheüs 28:5

Wat onze staat of toestand ook mag zijn: als werkelijk van ons gezegd kan worden wat de engel tot de vrouwen bij het graf sprak: „Ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was”, dan hebben wij een Goddelijk bewijs om te geloven dat Hij ons is voorgegaan naar Galilea. Daar zullen wij Hem zien. Hij is opgestaan. Hij is opgevaren en heeft gaven ontvangen voor de mensen, ja voor de wederhorigen, opdat God onder hen zou wonen. Hij zit nu op de genadetroon, en Hij nodigt en trekt arme, nooddruftige zondaren tot Zich.

Hij zegt: „Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” Hij staat ons toe, ja nodigt ons uit, om ons hart voor Hem uit te storten en onze bezwaren voor Hem neer te leggen, zoals Hiskia de brief voor Gods aangezicht in de tempel uitspreidde. Als wij gemeenschap met Hem zoeken, dan mogen en zullen ook wij Hem zeggen hoe dringend wij Hem nodig hebben; dat zonder Hem het leven geen leven is, en met Hem de dood geen dood.

Wij zullen Hem smeken onze afkeringen te genezen, Zijn liefde en bloed aan ons geweten te openbaren, ons het kwaad van de zonde te laten zien, en ons te zegenen met een Goddelijke droefheid over ons struikelen en vallen. Wij zullen Hem smeken ons te bewaren voor het kwade, zodat het ons geen smart doet; ons te leiden in Zijn geheiligde waarheid en te behoeden voor alle dwaling; Zijn vreze diep in ons hart te planten, een of andere belofte op onze ziel toe te passen, met ons te zijn op al onze paden, ons te bewaren in ons in- en uitgaan, en ons te behoeden voor hoogmoed, zelfbedrog en eigengerechtigheid. Wij zullen Hem smeken of Hij ons nieuwe blijken wil schenken van ons deel aan Zijn volbracht werk; of Hij onze ongerechtigheid wil onderwerpen; of Hij ons een teder geweten wil geven en het teder wil houden, en in ons wil werken wat Hem behaagt.

Wat is gemeenschap anders dan wederzijds geven en ontvangen; het samenvloeien van twee harten; het samensmelten van twee willen, waarbij toch elke partij zichzelf blijft, en waarbij toch de één voor de ander een voorwerp is van genegenheid en vreugde? Hebben wij Christus dan niets te geven? Ja: onze zonden, onze smarten, onze lasten, onze beproevingen, en bovenal de zaligheid en heiligmaking van onze ziel. En wat heeft Hij ons te geven? Wat? Wel, alles wat het waard is om te bezitten, alles wat nodig is voor de tijd en voor de eeuwigheid.

Aan de lezer…

Hoe vaak zoekt u Jezus, Die gekruisigd was, en durft u toch niet te zeggen dat u Hem gevonden hebt! Misschien is uw staat zo, dat u vreest dat er voor u geen plaats is. Maar als werkelijk van u gezegd kan worden dat u Hem zoekt, dan geldt ook voor u het woord: „Vreest gijlieden niet.” Hij is opgestaan, Hij zit op de genadetroon, en Hij nodigt en trekt arme, nooddruftige zondaren tot Zich.

Kom dan tot Hem zoals u bent, vermoeid en belast. Spreid uw bezwaren voor Hem uit, zoals Hiskia de brief uitspreidde in de tempel. Zeg Hem hoe dringend u Hem nodig hebt, en dat zonder Hem het leven geen leven is. U hebt Hem niets te brengen dan uw zonden, uw smarten en uw lasten; maar Hij heeft u alles te geven wat nodig is voor de tijd en voor de eeuwigheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl