Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

1 juli

Vandaag

3 min. lezen

Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God.
Psalm 42:2

Wat een treffend beeld gebruikt David in deze woorden! Stel u een gewond hert voor, met een pijl in zijn zijde en achtervolgd door een troep jagers en honden, die het allemaal willen doden. Stel dat het al geruime tijd is opgejaagd onder een brandende zon en over hopen zand, en bedenk daarbij dat dit arme, gewonde en aangeschoten dier in de verte helder stromend water ziet. O, wat verlangt het daarnaar! Hoe hijgt zijn borst en verlangt het naar de frisse waterstroom, niet alleen om een paar grote teugen van dat water te drinken en zijn vermoeide leden te verkwikken, maar ook om dat water over te steken en zo aan de jagers en honden te ontkomen.

Wat is dit beeld treffend en sprekend! En toch, hoe treffend het op zichzelf ook is, David gebruikt het alleen om het sterke verlangen van zijn ziel naar God uit te drukken. Wij kunnen de volle betekenis van het beeld misschien niet bevatten. Wij kunnen en durven ons niet met David te meten, of dezelfde uitdrukkingen te gebruiken die zulke brandende, hevige en vurige begeerten uitdrukken; maar wij kunnen er in elk geval uit zien wat de heiligen van vroeger in tijden van verzoeking en beproeving hebben doorgemaakt. En wij kunnen in zekere zin de bevinding van onze ziel met die van hen vergelijken. Soms vervult dat ons met schaamte en verlegenheid over onze tekortkomingen, en soms worden wij erdoor bemoedigd en opgewekt, voor zover wij er in zekere mate onze eigen bevinding in terugvinden.

Want deze dingen zijn geschreven tot lering voor ons, op wie de einden der eeuwen gekomen zijn. Zo mogen wij in veel opzichten en met verschillende doelen, met Gods hulp en zegen, letten op zulke uitspraken als wij vinden in de woorden van David. En wij mogen in de vreze Gods ons hart onderzoeken, of wij daarin iets vinden dat overeenkomt met het werk van de genade dat de Heilige Geest beschrijft als levend in zijn ziel. Wees niet helemaal terneergeslagen en niet helemaal ontmoedigd wanneer u geen volledige overeenkomst met het leven van David kunt vinden. Kunt u er iets van ontdekken? Zo ja, grijp dan moed, want de Heere veracht de dag der kleine dingen niet.

Het is Zijn eigen werk in het hart, en alleen Zijn eigen werk, waar Hij naar ziet, zoals David zegt in Psalm 138:8: „De Heere zal het voor mij voleinden; Uw goedertierenheid, Heere, is in eeuwigheid, en laat niet varen de werken Uwer handen.” En dat werk zal altijd een volledig afschrift zijn, al is het op kleine schaal, een volmaakt maar verkleind portret van het werk van de genade dat in het Woord beschreven is, zoals de Geest dat werkte in de harten van Gods kinderen in vroeger tijden.

Aan de lezer…

Kent u iets van dat hijgen van het gewonde hert? Misschien niet in de volle maat van David; u durft zich niet met hem te meten, en wanneer u zijn brandende woorden leest, beschaamt de koelheid van uw eigen hart u. Toch is er soms een zucht, een verlangen naar God Zelf, dat niets anders kan stillen. Is dat er, al is het nog zo zwak, wees dan niet helemaal terneergeslagen.

De Heere veracht de dag der kleine dingen niet. Wat Hij in u werkt, is Zijn eigen werk, en daar ziet Hij met welgevallen naar, al is het maar een verkleind portret van wat Hij in Zijn heiligen van vroeger gewerkt heeft. Grijp dan moed, arme, opgejaagde ziel. Hij Die het werk begon, zal het voor u voleinden, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid, en de werken van Zijn handen laat Hij niet varen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl