Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun
Vandaag

3 min. lezen

En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee Cherubims, die op de ark der getuigenis zijn zullen; alles wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israëls.
Exodus 25:22

Welk hart kan haar bevatten en welke tong kan haar beschrijven, de zaligheid van deze hemelse waarheid? Te allen tijde, onder alle omstandigheden en op alle plaatsen is er een troon van barmhartigheid en een troon van genade. Daar kunnen de God van alle genade en een zondaar die zich van zijn zonde bewust is, elkaar vrij ontmoeten, zonder enig beletsel of enige hindernis, als er tenminste enige geest van gebed in de ziel van de bidder is. Zoals geen plaats te donker is voor Zijn oog, zo is er ook geen omstandigheid die Hij niet zou zien. Zoals geen bedekking te dik is, zo is er ook geen omstandigheid te duister, of Zijn oog dringt erdoorheen.

„Kan iemand zich ergens in een geheime plaats verbergen, dat Ik hem niet zien zou? zegt de HEERE. Vervul Ik niet de hemel en de aarde? zegt de HEERE.” Dat voelde de psalmdichter ook, toen hij zei: „Indien ik zeide: de duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij. Ook verduistert de duisternis voor U niet, maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.”

’s Nachts op ons bed, overdag bij onze verschillende bezigheden, in de drukke straten of in het eenzame veld, omringd door goddelozen of in gezelschap van het volk van de Heere: overal kunnen wij, als de Geest van de Heere ons daartoe in staat stelt, een zucht uit het hart laten opstijgen, een woord van belijdenis spreken of een enkele begeerte uiten. Voor sommigen lijkt dit misschien niet genoeg om de genadige vervulling van de belofte te waarborgen: „Daar zal Ik bij u komen.” En toch bewijst elke verlichting die daardoor ontvangen wordt, dat het zo is. Want waar en wanneer wij ook het besef ontvangen van de tegenwoordigheid of de macht van de Heere, daarin hebben wij het getuigenis, dat elke gelovige het best kent, en de lieflijke bevinding dat God Zijn eigen genadig woord vervult: „Daar zal Ik bij u komen.”

G’ omringt mijn gaan en liggen. Gij
o Heer, zijt altoos nevens mij.
Uw onbepaalde wetenschap
kent mijne weg van stap tot stap.
Geen woord is nog mijn tong ontgleden,
of Gij, Gij weet alreeds mijn reden.

Ps. 139:2

Aan de lezer…

Meent u soms dat u te ver weg bent, of dat uw omstandigheden te duister zijn om de Heere te ontmoeten? Ligt u ’s nachts wakker, of gaat u overdag gebukt onder uw bezigheden, omringd door mensen die niet naar God vragen? Bedenk dan dat er geen plaats te donker is voor Zijn oog, en geen omstandigheid te duister dat Hij er niet doorheen ziet. Overal en altijd is er een troon van genade, waar Hij een zondaar die zich van zijn zonde bewust is, wil ontmoeten.

Al is het maar één zucht uit het hart, één woord van belijdenis of één enkele begeerte die u in de drukke straat of in het eenzame veld mag uiten, het is niet tevergeefs. Hij Die gezegd heeft: „Daar zal Ik bij u komen”, vervult Zijn eigen genadig woord. Elke verlichting die u zo ontvangt, is een getuigenis dat het waar is. Zucht dan maar, waar u ook bent; Hij hoort.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl