Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

20 april

Vandaag

3 min. lezen

O onze God! zult Gij geen recht tegen hen oefenen? Want in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons opkomt, en wij weten niet wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U.
2 Kronieken 20:12

Josafat wist niet wat hij moest doen. Hij was ten einde raad, en toch nam hij de zekerste weg die iemand kan nemen. Dit is het geheim ervan: wanneer wij in eigen ogen dwazen zijn, dan zijn wij wijs, en wanneer wij zwak zijn, dan zijn wij sterk. Wanneer wij niet weten wat we moeten doen, dan volgen wij de juiste weg. O, als Josafat een andere weg was gegaan, als hij een leger bijeen had geroepen, door Juda was getrokken om manschappen te werven en gesmede zwaarden en speren had verzameld, dan zou hij zich zeker bedrogen hebben!

Maar omdat hij niet wist wat hij moest doen, deed hij precies wat hij moest doen: „Onze ogen zijn op U.” U moet onze strijd strijden; U moet de zaak in Uw eigen handen nemen. Onze ogen zijn op U: zij wachten op U, zien naar U uit en hopen op U. Wij geloven in Uw heilige Naam en verwachten hulp van U, van Wie alleen onze hulp kan komen. Maar op deze plaats te komen is een pijnlijk werk.

„Onze ogen zijn op U.” Dat betekent dat het geen zin heeft ergens anders heen te kijken. Het wil zeggen dat de ziel tevergeefs overal om hulp heeft uitgezien en ten slotte, ten einde raad, het oog op God heeft gericht, in het besef dat alle hulp alleen van Hem moet komen. Ik geloof dat dit een kenmerk van een christen is: hij slaat zijn ogen op naar God. Op zijn bed in de nacht, in zijn kamer overdag, in zijn zaken of op de markt; wanneer zijn ziel in moeite is, terneergeslagen, wanneer hij in verlegenheid verkeert, dan slaat hij het oog op naar God.

Van Hem alleen moet alle hulp komen. Niets en niemand kan zijn zaak redden. Alle andere hulp dan die van God is nutteloos; zij laat hem waar zij hem vond, en hij heeft er geen baat bij. Wij zijn nooit veilig, behalve wanneer onze ogen op God gericht zijn. Laten onze ogen op Hem gevestigd zijn, en wij kunnen veilig wandelen; laten onze ogen op het schepsel gericht zijn, en wij kunnen er zeker van zijn dat onze treden zullen uitglijden en onze voeten zullen wankelen.

Aan de lezer…

Weet u het niet meer? Hebt u overal om hulp uitgezien, bij mensen, bij uw eigen verstand, bij plannen die het een na het ander mislukten, en staat u nu ten einde raad? Dan staat u misschien dichter bij de juiste weg dan u denkt. Want wanneer wij niet weten wat wij moeten doen en ten slotte het oog op God richten, volgen wij juist de zekerste weg die iemand kan nemen.

Het is een pijnlijk werk om op die plaats te komen, en de Heere weet dat. Maar alle andere hulp laat u waar zij u vond. Sla dan uw ogen op naar Hem, op uw bed in de nacht, in uw kamer overdag, in uw zorgen en uw verlegenheid. Zeg het Hem eerlijk: „In ons is geen kracht, en wij weten niet wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U.” Wie zo naar Hem opziet, mag veilig wandelen, want Hij neemt de strijd in Zijn eigen handen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl