20 april
O onze God! zult Gij geen recht tegen hen oefenen? Want in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons opkomt, en wij weten niet wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U.
2 Kronieken 20:12
Josafat wist niet wat hij doen moest. Hij was ten einde raad, en toch nam hij de zekerste weg die iemand nemen kan. Dit is het geheim der zaak, dat wanneer wij dwazen zijn in eigen schatting, wij dan wijs zijn; en als wij zwak zijn, dan zijn wij sterk. Wanneer wij niet weten wat we doen moeten, dan volgen wij de juiste weg. O, had Josafat een andere weg gevolgd, had hij een leger bijeengeroepen, door Juda getogen om manschappen, en gesmede zwaarden en spiesen bijeenverzameld, hij had zich gewis bedrogen!
Maar niet wetende wat te doen, deed hij hetgeen hij juist doen moest: „Onze ogen zijn op U.” Gij moet onze strijd strijden; Gij moet de zaak in Uw eigen handen nemen. Onze ogen zijn op U, wachten op U, zien op U en hopen op U. Wij geloven in Uw heilige Naam en verwachten hulp van U, van Wie alleen onze hulp komen kan. Maar op deze plaats te komen is een pijnlijk werk.
„Onze ogen zijn op U.” Het betekent dat er geen nut in steekt ergens anders heen te zien. Het wil zeggen dat de ziel tevergeefs her- en derwaarts om hulp heeft uitgezien en ten slotte of ten einde raad het oog tot God heeft gewend, wetende dat alleen van Hem alle hulp komen moet. Ik geloof dat dit een onderscheidend merkteken van een christen is, dat hij zijn ogen op God slaat. Op zijn bed des nachts, in zijn kamer bij dag, in zijn zaken of op de markt; als zijn ziel in moeite is, ternedergeworpen, als hij in verlegenheid verkeert, dan slaat hij het oog op God.
Van Hem alleen moet alle hulp komen. Niets of niemand kan zijn zaak redden. Alle andere hulp, behalve die van God, is nutteloos; zij laat hem daar zij hem vond; hij heeft er geen baat bij. Wij zijn nooit veilig dan alleen wanneer onze ogen op God zien. Laat onze ogen op Hem gevestigd zijn, en wij kunnen veilig wandelen; laat onze ogen op het schepsel zien, en wij zijn ervan verzekerd dat onze treden zullen uitschieten en onze voeten zullen wankelen.
Aan de lezer…
Weet u het niet meer, lezer? Hebt u her en der om hulp uitgezien, bij mensen, bij uw eigen verstand, bij plannen die het één na het ander faalden, en staat u nu ten einde raad? Dan staat u misschien dichter bij de rechte weg dan u denkt. Want wanneer wij niet weten wat wij doen moeten en het oog ten slotte op God wenden, volgen wij juist de zekerste weg die iemand nemen kan.
Het is een pijnlijk werk om op die plaats te komen, en de Heere weet dat. Maar alle andere hulp laat u daar waar zij u vond. Sla dan uw ogen op Hem, op uw bed des nachts, in uw kamer bij dag, in uw zorgen en uw verlegenheid. Zeg het Hem eerlijk: „In ons is geen kracht, en wij weten niet wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U.” Wie zo op Hem ziet, mag veilig wandelen, want Hij neemt de strijd in Zijn eigen handen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
O onze God! zult Gij geen recht tegen hen oefenen? Want in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons opkomt, en wij weten niet wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U.
2 Kronieken 20:12
Josafat wist niet wat hij moest doen. Hij was ten einde raad, en toch nam hij de zekerste weg die iemand kan nemen. Dit is het geheim ervan: wanneer wij in eigen ogen dwazen zijn, dan zijn wij wijs, en wanneer wij zwak zijn, dan zijn wij sterk. Wanneer wij niet weten wat we moeten doen, dan volgen wij de juiste weg. O, als Josafat een andere weg was gegaan, als hij een leger bijeen had geroepen, door Juda was getrokken om manschappen te werven en gesmede zwaarden en speren had verzameld, dan zou hij zich zeker bedrogen hebben!
Maar omdat hij niet wist wat hij moest doen, deed hij precies wat hij moest doen: „Onze ogen zijn op U.” U moet onze strijd strijden; U moet de zaak in Uw eigen handen nemen. Onze ogen zijn op U: zij wachten op U, zien naar U uit en hopen op U. Wij geloven in Uw heilige Naam en verwachten hulp van U, van Wie alleen onze hulp kan komen. Maar op deze plaats te komen is een pijnlijk werk.
„Onze ogen zijn op U.” Dat betekent dat het geen zin heeft ergens anders heen te kijken. Het wil zeggen dat de ziel tevergeefs overal om hulp heeft uitgezien en ten slotte, ten einde raad, het oog op God heeft gericht, in het besef dat alle hulp alleen van Hem moet komen. Ik geloof dat dit een kenmerk van een christen is: hij slaat zijn ogen op naar God. Op zijn bed in de nacht, in zijn kamer overdag, in zijn zaken of op de markt; wanneer zijn ziel in moeite is, terneergeslagen, wanneer hij in verlegenheid verkeert, dan slaat hij het oog op naar God.
Van Hem alleen moet alle hulp komen. Niets en niemand kan zijn zaak redden. Alle andere hulp dan die van God is nutteloos; zij laat hem waar zij hem vond, en hij heeft er geen baat bij. Wij zijn nooit veilig, behalve wanneer onze ogen op God gericht zijn. Laten onze ogen op Hem gevestigd zijn, en wij kunnen veilig wandelen; laten onze ogen op het schepsel gericht zijn, en wij kunnen er zeker van zijn dat onze treden zullen uitglijden en onze voeten zullen wankelen.
Aan de lezer…
Weet u het niet meer? Hebt u overal om hulp uitgezien, bij mensen, bij uw eigen verstand, bij plannen die het een na het ander mislukten, en staat u nu ten einde raad? Dan staat u misschien dichter bij de juiste weg dan u denkt. Want wanneer wij niet weten wat wij moeten doen en ten slotte het oog op God richten, volgen wij juist de zekerste weg die iemand kan nemen.
Het is een pijnlijk werk om op die plaats te komen, en de Heere weet dat. Maar alle andere hulp laat u waar zij u vond. Sla dan uw ogen op naar Hem, op uw bed in de nacht, in uw kamer overdag, in uw zorgen en uw verlegenheid. Zeg het Hem eerlijk: „In ons is geen kracht, en wij weten niet wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U.” Wie zo naar Hem opziet, mag veilig wandelen, want Hij neemt de strijd in Zijn eigen handen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“O our God, wilt Thou not judge them? for we have no might against this great company that cometh against us; neither know we what to do: but our eyes are upon Thee.”
2 Chronicles 20:12
Jehoshaphat did not know what to do; he was altogether at his wit’s end; and yet he took the wisest course a man could take. This is the beauty of it; that when we are fools, then we are wise; when we are weak, then we are strong; when we know not what to do, then we do the only right thing. O had Jehoshaphat taken any other course; had he collected an army, sent through Judah, raised troops and forged swords and spears he would certainly have been defeated! But not knowing what to do, he did the very thing he should do. “Our eyes are upon Thee.” “You must fight our battles; You must take the matter into Your own hands. Our eyes are upon You, waiting upon You, looking up, and hoping in You; believing in Your holy Name, expecting help from You, from Whom alone help can come.”
But this is painful work to be brought to this point, “Our eyes are upon Thee,” implying there is no use looking to any other quarter. It assumes that the soul has looked, and looked, and looked elsewhere in vain, and then fixed its eyes upon God as knowing that from Him alone all help must come.
This I believe to be the distinctive mark of a Christian, that his eyes are upon God. On his bed by night; in his room by day; in business or at market, when his soul is in trouble, cast down, and perplexed, his eyes are upon God. From Him alone all help must come; none else can reach his case. All other but the help of God is ineffectual; it leaves him where it found him; it does him no good. We are never safe except our eyes are upon God. Let our eyes be upon Him, we can walk safely; let our eyes be upon the creature, we are pretty sure to slip and stumble.
To the reader…
Are you at your wit’s end? Have you looked everywhere for help, to people, to your own understanding, to plans that failed one after another, and are you now at a loss? Then perhaps you are closer to the right way than you think. For when we do not know what to do and at last fix our eyes on God, we are taking the surest course anyone can take.
It is painful work to be brought to that place, and the Lord knows it. But all other help leaves you where it found you. Lift up your eyes to Him, then, on your bed at night, in your room by day, in your cares and your perplexity. Tell Him honestly, “We have no might, neither know we what to do: but our eyes are upon Thee.” Whoever looks up to Him like this may walk safely, for He takes the battle into His own hands.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¡Oh Dios nuestro! ¿no los juzgarás Tú? porque en nosotros no hay fuerza contra tan grande multitud que viene contra nosotros: no sabemos lo que hemos de hacer, mas a Ti volvemos nuestros ojos.
2 Crónicas 20:12
Josafat no sabía qué hacer; estaba completamente sin saber qué partido tomar; y, sin embargo, tomó el camino más sabio que un hombre podía tomar. Esta es la hermosura de ello: que cuando somos necios, entonces somos sabios; cuando somos débiles, entonces somos fuertes; cuando no sabemos qué hacer, entonces hacemos lo único correcto. ¡Oh, si Josafat hubiera tomado otro camino; si hubiera reunido un ejército, enviado mensajeros por todo Judá, levantado tropas y forjado espadas y lanzas, ciertamente habría sido derrotado! Pero, no sabiendo qué hacer, hizo precisamente lo que debía hacer. “A Ti volvemos nuestros ojos.” “Tú tienes que pelear nuestras batallas; Tú tienes que tomar el asunto en Tus propias manos. Nuestros ojos están puestos en Ti, esperándote, mirando hacia arriba y esperando en Ti; creyendo en Tu santo Nombre, aguardando ayuda de Ti, de Quien solo puede venir la ayuda.”
Pero es una obra dolorosa ser llevado a este punto: “A Ti volvemos nuestros ojos”, lo cual implica que de nada sirve mirar a ninguna otra parte. Supone que el alma ha mirado, y mirado, y mirado a otras partes en vano, y luego ha fijado sus ojos en Dios, sabiendo que solo de Él ha de venir toda ayuda.
Creo que esta es la señal distintiva de un cristiano: que sus ojos están puestos en Dios. En su cama de noche; en su cuarto de día; en sus negocios o en el mercado, cuando su alma está en angustia, abatida y perpleja, sus ojos están puestos en Dios. Solo de Él ha de venir toda ayuda; ningún otro puede alcanzar su caso. Toda otra ayuda que no sea la de Dios es ineficaz; lo deja donde lo encontró; no le hace ningún bien. Nunca estamos seguros sino cuando nuestros ojos están puestos en Dios. Estén nuestros ojos puestos en Él, y podremos andar seguros; estén nuestros ojos puestos en la criatura, y es casi seguro que resbalaremos y tropezaremos.
Al lector…
¿Está usted sin saber qué partido tomar? ¿Ha buscado ayuda por todas partes, en las personas, en su propio entendimiento, en planes que fracasaron uno tras otro, y ahora no sabe qué hacer? Entonces quizá esté más cerca del camino correcto de lo que piensa. Porque cuando no sabemos qué hacer y por fin fijamos nuestros ojos en Dios, tomamos el camino más seguro que alguien puede tomar.
Es una obra dolorosa ser llevado a ese lugar, y el Señor lo sabe. Pero toda otra ayuda le deja donde le encontró. Alce, pues, sus ojos a Él, en su cama de noche, en su cuarto de día, en sus cuidados y en su perplejidad. Dígale con sinceridad: “En nosotros no hay fuerza: no sabemos lo que hemos de hacer, mas a Ti volvemos nuestros ojos.” Quien mira así hacia Él puede andar seguro, porque Él toma la batalla en Sus propias manos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl