Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

5 Oktober – Door Baca’s Vallei

Wat klaagt dan een levend mens? een ieder klage vanwege de straffen zijner zonden. Klaagliederen 3:39 (Eng. vertaling)

Wij moeten onder het woord „straffen” niet verstaan iets, dat van een wrekende of straffende natuur is. God straft de zonden Zijner uitverkorenen nooit zoals Hij de verworpeling straft. Het eeuwig verbond verhoedt zulks. „Grimmigheid is bij Mij niet”, zegt de Heere. De uitverkorenen zijn aangenomen in Jezus, zijn verzoend in Hem, zijn volmaakt in Hem. Dit is hun staat in het eeuwig, onveranderlijk verbond — de vrucht en het gevolg van de eeuwigdurende vereniging met de Zoon van God. Doch ofschoon dit als gevolg daarvan niet in een straffende zin moet worden opgenomen, sluit het geenszins in, dat zij vrijgesteld zijn van de kastijding. Dus moeten wij onder het woord „straffen” in de tekst niet verstaan het opleggen van Gods rechtvaardige toorn, de voorsmaak van de eeuwige verdoemenis, waarmede Hij somtijds in dit leven de goddelozen tuchtigt, maar het betekent de kastijding, die het voorrecht is van de erfgenaam en hem onderscheidt van de bastaard. Het is dan onder deze kastijding, dat de levende mens gebracht wordt om te klagen; en hij zal menigmaal in de verdrukkingen, die hem overkomen, de roede des Heeren bemerken als een kastijding om der zonden wil. Wanneer hij dus in Gods licht het licht aanschouwt, mag hij met goed recht zeggen: „Wat klaagt een levend mens? een ieder klage vanwege zijn zonden”. Misschien is zijn eigendom verloren geraakt door onvoorziene omstandigheden of door de schelmstukken van anderen, en is hij van een tamelijke welstand in een armelijke stand van leven geraakt. Wanneer hij echter kan bemerken, dat dit een kastijding is om zijn hoogmoed en vleselijkheid in de achter hem liggende dagen, dan zal hij verwaardigd worden zijn mond in het stof te steken. Of indien de Heere hem een verdrukking in zijn lichaam toeschikt, zodat hij nauwelijks een dag gezondheid genieten kan, en hij wordt dan gewaar hoe hij zijn gezondheid en krachten heeft veronachtzaamd toen hij ze bezat, en hij bemerkt tegelijkertijd hoe hij voor menige schadelijke strikken door zijn lichamelijke verdrukkingen, als middelen in Gods hand, bewaard wordt, dan kan hij dit bij tijden met zachtmoedigheid en lijdzaamheid dragen. Hij kan ook vreselijke verdrukkingen in zijn huisgezin beleven en het met David moeten uitroepen: „Hoewel mijn huis alzo niet is bij God”, althans niet zoals hij het zou wensen, wanneer hij ziet, dat een ziekelijke echtgenote of ook ongehoorzame kinderen als zo vele slagen zijn van een kastijdende hand, maar evenwel veel lichter zijn dan zijn afmakingen wel verdienden; wanneer hij ziet, dat zij voortkomen uit een liefdehand, en niet uit een eeuwige toorn, maar dat zij slagen zijn van een Vader, niet de wrekende slagen van een vertoornd Rechter; wanneer hij gevoelt, dat de kastijding is vermengd met liefde en zijn geest daaronder vernederd en zijn hart vertederd wordt, dan kan hij zeggen: „Waarom zou een levend mens klagen?” Totdat hij geestelijk gebracht wordt om te zien, dat al zijn verdrukkingen, smarten en droefheden kastijdingen en geen straffen zijn, en hij deze als liefdeslagen krijgt te aanvaarden, moet en zal hij klagen. Maar in het algemeen gesproken, alvorens de Heere het licht van Zijn vriendelijk aangezicht over hem doet lichten, alvorens Hij hem de vrede in zijn consciëntie doet smaken, zal Hij hem brengen op die plaats, waarvan de Schrift spreekt, Lev. 26:41 „dat hij aan de straffen zijner ongerechtigheid een welgevallen hebbe”. Hij zal dan deze kastijdingen aanvaarden met een onderworpen geest. Hij zal belijden, dat zij rechtvaardig verdiend zijn, en zijn opstandig bestaan in zekere mate verbroken zijnde, zal hij zich als een arme en nooddruftige bedelaar neerleggen aan de voet van het kruis.

Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

Donatie

Welkom op deze website. Hier vindt u de Bijbelse dagboeken "Korenaren uit de volle oogst" "Door Baca's Vallei" en "365 Dagen Met Philpot" van J.C. Philpot.

J.C. Philpot

Philpot werd geboren in Ripple in het Engelse graafschap Kent, iets ten noorden van Dover. Hij studeerde in Londen en in Oxford en werd op 26-jarige leeftijd in Stadhampton bevestigd tot predikant van de Kerk van Engeland.

Na een lange 'worsteling' onttrok Philpot zich in 1835 aan de staatskerk. Hij schrijft daarover in één van zijn preken: Ik verlaat de Kerk van Engeland omdat ik in haar nauwelijks een merkteken van de ware kerk bespeuren kan. Hij sloot zich aan de baptistengemeenten, die later de Gospel Standard Strict Baptists zouden worden genoemd. Philpot was een van de eerste redacteuren van het kerkblad The Gospel Standard.

In 1838 werd Philpot predikant van de Strict Baptist-gemeenten Stamford en Oakham. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in de Londense buitenwijk Croydon. Hij stierf eind 1869. Joseph Charles Philpot ligt begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Queens Road in Croydon.