30 april
Leid mij in Uw Waarheid, en leer mij.
Psalm 25:5
Welke wonderbare dingen vertoont God ons somtijds in Zijn Woord! Hoe schijnt het dikwijls alsof onze ogen gezalfd zijn met ogenzalf, „om de wondere dingen Gods te aanschouwen”. Soms gebeurt het, als wij een hoofdstuk lezen, dat wij er zulk een schoonheid, zulk een volheid, zulk een liefelijkheid, zulk een heerlijkheid in opmerken, dat onze harten als geheel ervan vervuld zijn. En wat onze zielen behoeven (mijn ziel althans behoeft het, en het is mijn voortdurend roepen in stilte tot de Heere het te mogen gevoelen) is, dat die gezegende Waarheid uit Gods Woord genomen en op onze harten toegepast en bezegeld worde door de Geest Gods.
Ik wens geen nieuwe openbaring. Ik word er dagelijks meer in bevestigd, dat alle zaligende Waarheid is in het Woord van God. Ik zoek geen gezichten, ik vraag geen dromen, ik wil geen visioenen in de lucht; maar als mijn hart maar liggen mag aan de voetbank der genade, schijnt dit het vurig, hijgend verlangen mijner ziel te zijn om, bij ervaring en geestelijk de gezegende waarheden te doen kennen, die mijn oog in Gods Woord ziet, ze geopend te zien voor mijn verstand, gebracht in mijn hart, gegrift in mijn ziel, toegepast aan mijn geweten, en met zulk een bovennatuurlijke en hemelse kracht geopenbaard, dat de Waarheid, zoals ze in Jezus is, in mij een plechtige en zaligende werkelijkheid worde, die met zich zulk een Goddelijke zegen brengt, dat mijn ziel vervuld worde met genade, mijn hart verruimd door het genot van het Evangelie, mijn lendenen omgord met geestelijke kracht, het geloof geschonken en vermeerderd, de hoop medegedeeld en bemoedigd, de liefde uitgestort en verspreid, en ik zelf vervuld met blijdschap en vrede, door het geloof.
Laat Uw gena ons met haar troost verrijken,
en laat Uw werk aan Uwe knechten blijken,
Uw heerlijkheid niet van hun kind’ren wijken,
Uw liefd’, Uw macht behoed’ ons voor bezwijken.
Sterk onze hand en zegen onze
vlijt, bekroon ons werk zo nu als t’ alle tijd’!
Ps. 90:9
Aan de lezer…
Kent u dat? Er zijn ogenblikken waarin een hoofdstuk uit de Schrift ineens opengaat, en de schoonheid en volheid ervan uw hart vervullen. En kent u ook de tijden waarin u leest en leest, en het blijft dicht en koud? Dan bent u niet alleen. Ook ik roep voortdurend in stilte tot de Heere dat de waarheid die mijn oog ziet, in mijn hart gebracht mag worden.
Zoek dan geen gezichten of dromen, en verwacht ook niets buiten het Woord. Alle zaligende Waarheid is daarin. Wat u nodig hebt, is dat de Geest Gods die waarheid neemt en op uw geweten toepast en bezegelt, zodat zij een levende werkelijkheid wordt. Leg u daarom neer aan de voetbank der genade, met de Bijbel open, en bid eenvoudig: „Leid mij in Uw Waarheid, en leer mij.” Hij Die de ogen zalft, kan ook uw hart verruimen en u vervullen met blijdschap en vrede door het geloof.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Leid mij in Uw Waarheid, en leer mij.
Psalm 25:5
Wat een wonderbare dingen laat God ons soms in Zijn Woord zien! Hoe vaak lijkt het alsof onze ogen gezalfd zijn met ogenzalf, „om de wondere dingen Gods te aanschouwen”. Soms gebeurt het dat wij bij het lezen van een hoofdstuk er zo’n schoonheid, zo’n volheid, zo’n lieflijkheid, zo’n heerlijkheid in opmerken, dat ons hart er als het ware helemaal van vervuld is. En wat onze ziel nodig heeft (mijn ziel heeft het in elk geval nodig, en het is mijn voortdurende stille roep tot de Heere om het te mogen voelen), is dat die gezegende Waarheid uit Gods Woord genomen wordt en door de Geest van God op ons hart wordt toegepast en bezegeld.
Ik wens geen nieuwe openbaring. Ik word er dagelijks meer in bevestigd dat alle zaligmakende Waarheid in het Woord van God is. Ik zoek geen gezichten, ik vraag geen dromen, ik wil geen visioenen in de lucht. Maar wanneer mijn hart maar aan de voetbank van de genade mag liggen, lijkt dit het vurige, hijgende verlangen van mijn ziel te zijn: dat ik de gezegende waarheden die mijn oog in Gods Woord ziet, bij ervaring en geestelijk mag kennen. Ik verlang ze geopend te zien voor mijn verstand, gebracht in mijn hart, gegrift in mijn ziel, toegepast op mijn geweten, en geopenbaard met zo’n bovennatuurlijke en hemelse kracht, dat de Waarheid zoals die in Jezus is, in mij een plechtige en zaligmakende werkelijkheid wordt. Die werkelijkheid brengt dan zo’n Goddelijke zegen met zich mee, dat mijn ziel vervuld wordt met genade, mijn hart verruimd door het genieten van het Evangelie, mijn lendenen omgord met geestelijke kracht, het geloof geschonken en vermeerderd, de hoop meegedeeld en bemoedigd, de liefde uitgestort en verspreid, en ikzelf vervuld met blijdschap en vrede door het geloof.
Laat Uw gena ons met haar troost verrijken,
en laat Uw werk aan Uwe knechten blijken,
Uw heerlijkheid niet van hun kind’ren wijken,
Uw liefd’, Uw macht behoed’ ons voor bezwijken.
Sterk onze hand en zegen onze
vlijt, bekroon ons werk zo nu als t’ alle tijd’!
Ps. 90:9
Aan de lezer…
Kent u dat? Er zijn ogenblikken waarin een hoofdstuk uit de Schrift ineens opengaat, en de schoonheid en volheid ervan uw hart vervullen. En kent u ook de tijden waarin u leest en leest, en het blijft gesloten en koud? Dan bent u niet alleen. Ook ik roep voortdurend in stilte tot de Heere dat de waarheid die mijn oog ziet, in mijn hart gebracht mag worden.
Zoek dan geen gezichten of dromen, en verwacht ook niets buiten het Woord. Alle zaligmakende Waarheid is daarin. Wat u nodig hebt, is dat de Geest van God die waarheid neemt en op uw geweten toepast en bezegelt, zodat zij een levende werkelijkheid wordt. Leg u daarom neer aan de voetbank van de genade, met de Bijbel open, en bid eenvoudig: „Leid mij in Uw Waarheid, en leer mij.” Hij Die de ogen zalft, kan ook uw hart verruimen en u vervullen met blijdschap en vrede door het geloof.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Lead me in Thy truth, and teach me.
Psalm 25:5
What wonderful things does God sometimes show us in His Word! How our eyes sometimes seem to be anointed with eye-salve “to behold wondrous things out of God’s law!” (Psalm 119:18.) Sometimes in reading a chapter we see such beauty, such fullness, such sweetness, such glory in it, that it seems, as it were, to fill our very hearts. And what our souls need (I am sure my soul needs it, and it is my frequent cry to the Lord in secret that I may feel it) is to have this blessed truth taken out of the Word of God, and applied to and sealed upon our hearts by the Spirit of God.
I need no ‘new revelation’. Day by day I seem more satisfied of this, and more established in it—that all saving truth is in the Word of God. I seek no visions, I desire no dreams, I want no airy speculations; but when my heart is brought to lie at the footstool of mercy, this seems to be the panting and breathing of my soul—to know experimentally and spiritually the blessed truths that my eyes see in the Word of God, to have them opened up to my understanding, brought into my heart, grafted into my soul, applied to my conscience, and revealed with such supernatural and heavenly power that the truth as it is in Jesus may be in me a solemn and saving reality, that it may bring with it such a divine blessing as to fill me with grace, enlarge my heart into the enjoyment of the gospel, gird up my loins with spiritual strength, give and increase faith, communicate and encourage hope, shed abroad and draw forth love, and fill me with joy and peace in believing.
To the reader…
Do you know this? There are moments when a chapter of Scripture suddenly opens up, and its beauty and fulness fill your heart. And do you also know the times when you read and read, and it stays closed and cold? Then you are not alone. I too cry continually to the Lord in secret that the truth my eye sees may be brought into my heart.
So do not look for visions or dreams, and do not expect anything outside the Word either. All saving truth is in it. What you need is for the Spirit of God to take that truth and apply it to your conscience and seal it there, so that it becomes a living reality. So lie down at the footstool of mercy, with the Bible open, and pray simply: “Lead me in Thy truth, and teach me.” He Who anoints the eyes can also enlarge your heart and fill you with joy and peace in believing.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Encamíname en Tu verdad, y enséñame.
Salmo 25:5
¡Qué cosas maravillosas nos muestra Dios a veces en Su Palabra! ¡Cómo nuestros ojos parecen a veces ungidos con colirio para mirar “las maravillas de Tu ley”! (Salmo 119:18). A veces, al leer un capítulo, vemos en él tal hermosura, tal plenitud, tal dulzura, tal gloria, que parece, por así decirlo, llenar nuestro mismo corazón. Y lo que nuestras almas necesitan (estoy seguro de que mi alma lo necesita, y es mi frecuente clamor al Señor en secreto que pueda sentirlo) es que esta bendita verdad sea tomada de la Palabra de Dios, y aplicada y sellada en nuestros corazones por el Espíritu de Dios.
No necesito ninguna ‘nueva revelación’. De día en día parezco más satisfecho de esto, y más afirmado en ello: que toda verdad salvadora está en la Palabra de Dios. No busco visiones, no deseo sueños, no quiero especulaciones vaporosas; pero cuando mi corazón es llevado a postrarse ante el estrado de la misericordia, este parece ser el anhelo y el aliento de mi alma: conocer experimental y espiritualmente las benditas verdades que mis ojos ven en la Palabra de Dios; que sean abiertas a mi entendimiento, introducidas en mi corazón, injertadas en mi alma, aplicadas a mi conciencia, y reveladas con tal poder sobrenatural y celestial que la verdad, tal como está en Jesús, sea en mí una realidad solemne y salvadora; que traiga consigo una bendición divina tal que me llene de gracia, ensanche mi corazón en el goce del evangelio, ciña mis lomos con fuerza espiritual, dé y aumente la fe, comunique y aliente la esperanza, derrame y avive el amor, y me llene de gozo y paz en el creer.
Al lector…
¿Conoce usted esto? Hay momentos en que un capítulo de la Escritura se abre de pronto, y su hermosura y plenitud llenan su corazón. ¿Y conoce también los tiempos en que lee y lee, y permanece cerrado y frío? Entonces no está solo. Yo también clamo continuamente al Señor en secreto para que la verdad que ve mi ojo sea introducida en mi corazón.
No busque, pues, visiones ni sueños, ni espere tampoco nada fuera de la Palabra. Toda verdad salvadora está en ella. Lo que usted necesita es que el Espíritu de Dios tome esa verdad, la aplique a su conciencia y la selle allí, para que llegue a ser una realidad viva. Póstrese, pues, ante el estrado de la misericordia, con la Biblia abierta, y ore sencillamente: “Encamíname en Tu verdad, y enséñame”. Aquel que unge los ojos puede también ensanchar su corazón y llenarle de gozo y paz en el creer.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl