Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

De Heere uw God is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal.
Zefanja 3:17

Met wat een sterke God hebben wij te doen! En wat zou voor ons beter zijn dan een sterke God? Hebben wij geen sterke zonden? Hebben wij geen sterke beproeving? Hebben wij geen sterke verzoekingen? Hebben wij geen geduchte vijanden en geduchte zorgen?

En wie anders kan ons van dat machtige leger verlossen dan de machtige God? Gods kinderen kunnen niet toe met een zwakke God (als ik dit woord mag gebruiken). Zij hebben een machtige God nodig, omdat zij in omstandigheden verkeren waaruit alleen een machtige God hen kan helpen. Want als u uw machtige zonden, uw machtige beproevingen, uw machtige verzoekingen en uw machtige zorgen niet uit ervaring kende, zou u geen machtige God nodig hebben. Dat besef van onze zwakheid en Zijn macht, onze ellende en Zijn barmhartigheid, ons verderf en Zijn herstel, de veelheid van onze zonden en die van Zijn rijkdom van genade — een besef, zeg ik, van deze tegenstrijdige en toch overeenstemmende zaken — maakt dat wij persoonlijke omgang met God hebben. En in die persoonlijke omgang met God bestaat het leven van alle godsvrucht.

O, wat een armzalige, dode, nutteloze godsvrucht is het waarin men geen persoonlijke omgang met God heeft; waarin men de Heere niet met een oprecht hart aanroept, Zijn aangezicht niet zoekt en niet om Zijn gunst smeekt; waarin men niet aan Zijn voeten ligt en Hem smeekt te verschijnen; waarin geen deerniswekkende, beklagenswaardige nood is waarover Hij Zich kan ontfermen; geen wonden of etterbuilen die Hij moet genezen, geen melaatsheid die Hij moet reinigen, geen vijanden die Hij op de vlucht moet jagen, geen angsten die Hij moet verdrijven, en, zou ik bijna zeggen, geen ziel die Hij moet behouden! En toch zijn er duizenden die zo’n godsvrucht hebben. Zij naderen God met hun lippen, maar hun harten zijn ver van Hem. Terwijl zij met hun mond zeggen: „Heere, Heere!”, zeggen zij in hun hart: „Deze zal over ons niet heersen.” Als u van hen onderscheiden bent, en een God van nabij en niet van verre nodig hebt, een Held, een machtige God in het binnenste van uw ziel, uw gedachten, uw wensen en uw genegenheden, dan mag u Hem wel danken voor de genade die u bewezen is, dat u van hen onderscheiden bent. Dan mag u ook dankbaar uw hoofd buigen onder lijden en beproevingen, als middelen in Zijn hand om u met Hem te verenigen.

Een licht, zo groot, zo schoon,
gedaald van ’s hemels troon,
straalt volk bij volk in d’ ogen.

Lofzang van Simeon:2

Aan de lezer…

Soms zijn uw zonden u te sterk, uw beproevingen te zwaar en uw vijanden te geducht. Schrik er dan niet van alsof u iets vreemds overkwam. Juist daardoor leert u dat u met een zwakke God niet toe kunt. Had u uw machtige zonden en uw machtige zorgen niet uit ervaring leren kennen, dan zou u geen machtige God nodig hebben, en zou u Hem nooit met een oprecht hart aanroepen.

Laat de nood u dan drijven tot persoonlijke omgang met Hem, want daarin bestaat het leven van alle godsvrucht. De Heere is geen God van verre, maar Hij is in het midden van Zijn volk, een Held, Die verlossen zal. Zoek Zijn aangezicht, smeek om Zijn gunst, en buig uw hoofd onder het lijden als onder middelen in Zijn hand. Uw ellende is groot, maar Zijn barmhartigheid is groter; uw verderf is diep, maar Zijn rijkdom van genade reikt nog dieper.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl