26 december
De Heere uw God is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal.
Zefanja 3:17
Met welk een sterke God hebben wij te doen! En wat zou voor ons beter zijn dan een sterke God? Hebben wij geen sterke zonden? Hebben wij geen sterke beproeving? Hebben wij geen sterke verzoekingen? Hebben wij geen geduchte vijanden en geduchte bekommernissen?
En wie anders kan ons van dat machtige heirleger verlossen dan de machtige God? Gods kinderen kunnen niet volstaan met een zwakke God (als ik dit woord gebruiken mag). Zij hebben een machtig God nodig, omdat zij in omstandigheden verkeren waaruit alleen een machtig God hen helpen kan. Wel, indien gij niet bij ervaring uw machtige zonden, uw machtige beproevingen, uw machtige verzoekingen en uw machtige bekommernissen kendet, zoudt gij geen machtige God nodig hebben. Dat gevoel van onze zwakheid en Zijn macht, onze ellende en Zijn barmhartigheid, ons verderf en Zijn herstel, de veelheid van onze zonden en die van Zijn rijkdom van genade — een gevoel, zeg ik, van deze tegenstrijdige en toch harmoniërende zaken — maakt dat wij met God persoonlijke omgang hebben, en uit die persoonlijke omgang met God bestaat het leven van alle godsvrucht.
O, welk een armzalige, dode, nutteloze godsvrucht is het, waarin men geen persoonlijke omgang met God heeft; waarin men de Heere niet met een oprecht hart aanroept, Zijn aangezicht niet zoekt of Zijn gunst niet afsmeekt; waarin men niet aan Zijn voeten ligt en Hem smeekt te verschijnen; waarin geen deerniswaardige, beklagenswaardige staat is, waarover Hij Zich ontfermen kan; geen wonden of etterbuilen die Hij genezen moet, geen melaatsheid om te reinigen, geen vijanden om op de vlucht te jagen, geen vreze om te verdrijven, en, zou ik bijna zeggen, geen ziel om te behouden! En toch zijn er duizenden die zulk een godsvrucht hebben. Zij naderen God met hun lippen, maar hun harten zijn verre van Hem, en terwijl zij met hun mond zeggen: „Heere, Heere!”, zeggen zij in hun hart: „Deze zal over ons niet heersen.” Indien gij van hen onderscheiden zijt, en een God van nabij en niet van verre behoeft, een Held, een machtig God in het binnenste uwer ziel, uwer gedachten, uwer wensen, uwer genegenheden, moogt gij Hem wel danken voor de genade u bewezen, dat gij van hen zijt onderscheiden, en dankbaar uw hoofd buigen onder lijden en beproevingen, als middelen in Zijn hand om u met Hem te verenigen.
Een licht, zo groot, zo schoon,
gedaald van ’s hemels troon,
straalt volk bij volk in d’ ogen.
Lofzang van Simeon:2
Aan de lezer…
Soms zijn uw zonden u te sterk, uw beproevingen te zwaar en uw vijanden te geducht. Schrik er dan niet zo van alsof u iets vreemds overkwam. Juist daardoor leert u dat u met een zwakke God niet volstaan kunt. Had u uw machtige zonden en uw machtige bekommernissen niet bij ervaring leren kennen, u zou geen machtige God nodig hebben, en u zou Hem nooit met een oprecht hart aanroepen.
Laat dan de nood u uitdrijven tot persoonlijke omgang met Hem, want daarin bestaat het leven van alle godsvrucht. De Heere is geen God van verre, maar Hij is in het midden van Zijn volk, een Held, Die verlossen zal. Zoek Zijn aangezicht, smeek om Zijn gunst, en buig uw hoofd onder het lijden als onder middelen in Zijn hand. Uw ellende is groot, maar Zijn barmhartigheid is groter; uw verderf is diep, maar Zijn rijkdom van genade reikt nog dieper.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De Heere uw God is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal.
Zefanja 3:17
Met wat een sterke God hebben wij te doen! En wat zou voor ons beter zijn dan een sterke God? Hebben wij geen sterke zonden? Hebben wij geen sterke beproeving? Hebben wij geen sterke verzoekingen? Hebben wij geen geduchte vijanden en geduchte zorgen?
En wie anders kan ons van dat machtige leger verlossen dan de machtige God? Gods kinderen kunnen niet toe met een zwakke God (als ik dit woord mag gebruiken). Zij hebben een machtige God nodig, omdat zij in omstandigheden verkeren waaruit alleen een machtige God hen kan helpen. Want als u uw machtige zonden, uw machtige beproevingen, uw machtige verzoekingen en uw machtige zorgen niet uit ervaring kende, zou u geen machtige God nodig hebben. Dat besef van onze zwakheid en Zijn macht, onze ellende en Zijn barmhartigheid, ons verderf en Zijn herstel, de veelheid van onze zonden en die van Zijn rijkdom van genade — een besef, zeg ik, van deze tegenstrijdige en toch overeenstemmende zaken — maakt dat wij persoonlijke omgang met God hebben. En in die persoonlijke omgang met God bestaat het leven van alle godsvrucht.
O, wat een armzalige, dode, nutteloze godsvrucht is het waarin men geen persoonlijke omgang met God heeft; waarin men de Heere niet met een oprecht hart aanroept, Zijn aangezicht niet zoekt en niet om Zijn gunst smeekt; waarin men niet aan Zijn voeten ligt en Hem smeekt te verschijnen; waarin geen deerniswekkende, beklagenswaardige nood is waarover Hij Zich kan ontfermen; geen wonden of etterbuilen die Hij moet genezen, geen melaatsheid die Hij moet reinigen, geen vijanden die Hij op de vlucht moet jagen, geen angsten die Hij moet verdrijven, en, zou ik bijna zeggen, geen ziel die Hij moet behouden! En toch zijn er duizenden die zo’n godsvrucht hebben. Zij naderen God met hun lippen, maar hun harten zijn ver van Hem. Terwijl zij met hun mond zeggen: „Heere, Heere!”, zeggen zij in hun hart: „Deze zal over ons niet heersen.” Als u van hen onderscheiden bent, en een God van nabij en niet van verre nodig hebt, een Held, een machtige God in het binnenste van uw ziel, uw gedachten, uw wensen en uw genegenheden, dan mag u Hem wel danken voor de genade die u bewezen is, dat u van hen onderscheiden bent. Dan mag u ook dankbaar uw hoofd buigen onder lijden en beproevingen, als middelen in Zijn hand om u met Hem te verenigen.
Een licht, zo groot, zo schoon,
gedaald van ’s hemels troon,
straalt volk bij volk in d’ ogen.
Lofzang van Simeon:2
Aan de lezer…
Soms zijn uw zonden u te sterk, uw beproevingen te zwaar en uw vijanden te geducht. Schrik er dan niet van alsof u iets vreemds overkwam. Juist daardoor leert u dat u met een zwakke God niet toe kunt. Had u uw machtige zonden en uw machtige zorgen niet uit ervaring leren kennen, dan zou u geen machtige God nodig hebben, en zou u Hem nooit met een oprecht hart aanroepen.
Laat de nood u dan drijven tot persoonlijke omgang met Hem, want daarin bestaat het leven van alle godsvrucht. De Heere is geen God van verre, maar Hij is in het midden van Zijn volk, een Held, Die verlossen zal. Zoek Zijn aangezicht, smeek om Zijn gunst, en buig uw hoofd onder het lijden als onder middelen in Zijn hand. Uw ellende is groot, maar Zijn barmhartigheid is groter; uw verderf is diep, maar Zijn rijkdom van genade reikt nog dieper.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The Lord thy God in the midst of thee is mighty.
Zephaniah 3:17
What a mighty God we have to deal with! And what would suit our case, but a mighty God? Have we not mighty sins? Have we not mighty trials? Have we not mighty temptations? Have we not mighty foes and mighty fears? And who is to deliver us from all this mighty host except the mighty God? It is not a little God (if I may use the expression) that will do for God’s people. They need a mighty God because they are in circumstances where none but a mighty God can intervene in their behalf.
Why, if you did not know feelingly and experimentally your mighty sins, your mighty trials, your mighty temptations, and your mighty fears, you would not need a mighty God. This sense of our weakness and His power, of our misery and His mercy, of our ruin and His recovery, of the aboundings of our sin and the super-aboundings of His grace—a feeling sense, I say, of these opposite yet harmonious things brings us to have personal, experimental dealings with God; and it is in these personal dealings with God that the life of all religion consists.
O what a poor, dead, useless religion is that in which there are no personal dealings with God—no calling upon His holy Name out of a sincere heart; no seeking of His face, or imploring of His favor; no lying at His feet and begging of Him to appear; no pitiable, lamentable case for Him to have compassion upon; no wounds or sores for Him to heal, no leprosy to cleanse, no enemies to put to the rout, no fears to dispel, and, I may almost say, no soul to save!
And yet such is the religion of thousands. They draw near to God with their lips, but their hearts are far from Him, and while they outwardly say, “Lord, Lord,” they inwardly say, “This man shall not have dominion over us.” If you differ from them, and need a God near at hand and not afar off, a mighty God in the very midst of your soul, of your thoughts, desires, and affections, you may well bless Him for the grace which has made you to differ, and thankfully bow your neck to sufferings and trials, as means in His hand to bring you and Him together.
To the reader…
Sometimes your sins are too strong for you, your trials too heavy and your enemies too formidable. Do not be alarmed, as though something strange were happening to you. It is just by this that you learn that a weak God will not do for you. If you had not learned your mighty sins and your mighty cares by experience, you would not need a mighty God, and you would never call upon Him with a sincere heart.
Let your need, then, drive you to personal dealings with Him, for in that the life of all religion consists. The Lord is not a God afar off, but He is in the midst of His people, mighty to save. Seek His face, implore His favour, and bow your neck under suffering as under means in His hand. Your misery is great, but His mercy is greater; your ruin is deep, but the riches of His grace reach deeper still.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Jehová en medio de ti, poderoso.
Sofonías 3:17
¡Qué Dios tan poderoso es Aquel con quien tenemos que tratar! ¿Y qué otra cosa convendría a nuestro caso sino un Dios poderoso? ¿No tenemos pecados poderosos? ¿No tenemos pruebas poderosas? ¿No tenemos tentaciones poderosas? ¿No tenemos enemigos poderosos y temores poderosos? ¿Y quién ha de librarnos de toda esta poderosa hueste sino el Dios poderoso? No es un Dios pequeño (si se me permite la expresión) el que sirve para el pueblo de Dios. Necesitan un Dios poderoso, porque están en circunstancias en que nadie sino un Dios poderoso puede intervenir en su favor.
Pues si usted no conociera de manera sentida y experimental sus pecados poderosos, sus pruebas poderosas, sus tentaciones poderosas y sus temores poderosos, no necesitaría un Dios poderoso. Este sentido de nuestra debilidad y de Su poder, de nuestra miseria y de Su misericordia, de nuestra ruina y de Su restauración, de la abundancia de nuestro pecado y de la sobreabundancia de Su gracia; una percepción sentida, digo, de estas cosas opuestas y sin embargo armoniosas, nos lleva a tener tratos personales y experimentales con Dios; y es en estos tratos personales con Dios en lo que consiste la vida de toda religión.
¡Oh, qué religión tan pobre, muerta e inútil es aquella en que no hay tratos personales con Dios; en que no se invoca Su santo Nombre con un corazón sincero; no se busca Su rostro ni se implora Su favor; no se yace a Sus pies rogándole que aparezca; no hay un caso digno de lástima y lamentable del cual Él tenga compasión; no hay heridas ni llagas que Él sane, ni lepra que limpie, ni enemigos que ponga en fuga, ni temores que disipe, y, casi podría decir, ni alma que salve!
Y sin embargo, tal es la religión de miles. Se acercan a Dios con sus labios, pero su corazón está lejos de Él; y mientras exteriormente dicen: “Señor, Señor”, interiormente dicen: “No queremos que este reine sobre nosotros”. Si usted es diferente de ellos, y necesita un Dios cercano y no lejano, un Dios poderoso en medio mismo de su alma, de sus pensamientos, deseos y afectos, bien puede bendecirle por la gracia que le ha hecho diferente, e inclinar con gratitud su cuello a los padecimientos y pruebas, como medios en Su mano para unirle a usted con Él.
Al lector…
A veces sus pecados son demasiado fuertes para usted, sus pruebas demasiado pesadas y sus enemigos demasiado temibles. No se alarme, como si le sucediera alguna cosa extraña. Es precisamente así como aprende que un Dios débil no le basta. Si no hubiera aprendido por experiencia sus pecados poderosos y sus poderosos cuidados, no necesitaría un Dios poderoso, y nunca Le invocaría con un corazón sincero.
Deje, pues, que su necesidad le lleve a tener tratos personales con Él, porque en eso consiste la vida de toda religión. El Señor no es un Dios lejano, sino que está en medio de Su pueblo, poderoso para salvar. Busque Su rostro, implore Su favor e incline su cuello bajo el padecimiento como bajo medios en Su mano. Su miseria es grande, pero Su misericordia es mayor; su ruina es profunda, pero las riquezas de Su gracia llegan más hondo todavía.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl